|
's-Hertogenbosch
Grasso’s
Koninklijke Machinefabrieken n.v.
Grasso’s Koninklijke Machinefabrieken n.v. (kmf) is thans een
holding binnen het internationale concern gea ag. De 33 bedrijven
die tot de holding van Grasso’s kmf behoren zijn werkzaam in de
industriële koel techniek. Grasso bestaat ruim 165 jaar en behoort
daarmee tot één van de oudste nog bestaande machinefabrieken van
Nederland.
|
Fotoreportage: Van
het Portret van Willem Grasso. Tekening van de smederij waar het
allemaal begon. Afdruk naar een houtsnede van omstreeks 1865. Thans
resteert niets meer van deze smederij die achter het pand
Hinthamereinde 64 gelegen was. Voorbeeld van een koelcompressor
ontwikkeld in het begin van deze eeuw.
In den beginne
De basis werd gelegd door Willem Grasso toen hij in 1858 besloot
voor zichzelf te beginnen met een smederij en werkplaats aan het
Hinthamereinde e 289 te ’s-Hertogenbosch. Willem Grasso was
afkomstig van Tilburg, waar hij op 20 april 1833 werd geboren als
zoon van de smid Hendrikus Grasso en Adriana Pulskens. In 1845
besloot het gezin Grasso, dat intussen meerdere kinderen telde, zijn
heil elders te zoeken en ver huisde naar ’s-Hertogenbosch. Een
aantal jaren later bracht Hendrikus zijn zoon Willem onder bij het
vooraanstaand constructiebedrijf Gilain in het Belgische Tirlemont
(thans Tienen). Willem deed daar praktische en theoretische
vakkennis op waar na hij op 25-jarige leeftijd als smid voor
zichzelf begon. In de kleine smederij werden stoommachines en
werktuigen voor de land- en tuinbouw en de tabaksindustrie
vervaardigd en gerepareerd. Ook bouwde hij naar eigen ontwerp
stoomhamers die door andere smederijen werden afgenomen. Het ging
goed met Willem Grasso in 1868 liet hij een geheel nieuwe fabriek
annex woonhuis bouwen aan de Zuid-Willemsvaart schuin tegenover het
Kruithuis.
Tijdens de oorlog tussen Frankrijk en
Pruisen in 1870-1871 kregen veel kleine Bossche ondernemingen het
moeilijk en gingen zelfs failliet
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
omdat de meeste van hen de
benodigde grondstoffen zoals ijzer uit het buitenland betrokken. Willem Grasso wist echter het
hoofd boven water te houden en zou ‘beloond’ worden met een
opzienbarende buitenlandse uitvinding die van beslissende invloed
zou zijn voor de toekomst van het bedrijf…
Margarine
Tijdens de wereldtentoonstelling van 1866 in Parijs verzocht de
Franse regering de voedingsmiddelen chemicus Mège Mouriès een
goedkoop voedingsvet te ontwikkelen. In 1869 na drie jaar intensief
onderzoek was uiteindelijk de margarine ook wel kunstboter
genoemd ontwikkeld. In 1871 wist de uit Oss afkomstige
boterhandelaar Jurgens als eerste ter wereld de rechten te verwerven
op de vervaardiging van het product een jaar later gevolgd door
plaatsgenoot en tevens boterhandelaar Simon van den Bergh. Vanaf
1908 gingen zij samenwerken wat in 1927 uitmondde in de Margarine-Unie. Uiteindelijk fuseerde de Margarine-Unie in 1930 met
de Engelse zeepfabrikant Lever tot het welbekende Unilever. Willem
Grasso kreeg de mogelijkheid machines voor deze sterk groeiende
industrie te vervaardigen. Het verhaal gaat dat hij de eerste
machines gratis leverde. In 1883 wist Grasso zelfs een order te
bemachtigen voor de complete machinerie voor een margarinefabriek in
New York. Al snel werd de naam Grasso wereldwijd in verband gebracht
met de fabricage van boter- en margarine machines.
Door het vele werk onderging de fabriek aan de Zuid-Willemsvaart
diverse uitbreidingen. Ook het aantal werknemers nam toe. In 1879
had Grasso nog 8 werknemers in dienst omstreeks 1888 waren dat er
18.
Intussen had Willem voor een opvolger gezorgd zoon Henri was in
1863 geboren. Op veertienjarige leeftijd begon Henri in het bedrijf
van zijn vader te werken. De steeds toenemende consumptie van
margarine zorgde er voor dat de margarinefabrieken voorraden
aanlegden. Deze voorraden moesten gekoeld worden om bederf te
voorkomen. Willem Grasso zag een kans en stuurde zijn zoon Henri
begin jaren tachtig van de negentiende eeuw naar een technikum
(technische hogeschool) in het Duitse Mittweida, waar hij kennis
maakte met de nieuwste vindingen op het gebied van de koeltechniek.
Mogelijk dat een Duitse koeltechnicus bij margarinefabriek Jurgens
dit aanmoedigde.8 Vervolgens werkte Henri Grasso een aantal jaren
bij een grote machinefabriek in het eveneens Duitse Barmen. Na
terugkomst in 1887 kreeg hij de zakelijke leiding over het bedrijf
in 1894 nam hij het gehele bedrijf van zijn vader over. Willem
Grasso trok zich terug en overleed op 1 maart 1903.
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Bossche Bladen jaargang 10/1 - Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
Fotoreportage: Grasso in de Taalstraat in
Vught waar ze van 1896 tot 1913 gehuisvest was. Met de Taalstraat anno 2025
en omstreeks 1910. Links het nog steeds aanwezige herenhuis (huisnummer 53)
rechts het enige wat nog resteert van de voormalige fabriek (huisnummer 47).
In het midden de voormalige pastorie gebouwd in 1954 en toebehorende aan de
achtergelegen kerk O.L. Vrouw Middelares aller Genaden waarvoor de
voormalige fabrieksgebouwen moesten wijken.
Tevens een briefhoofd ''s-Hertogenbossche Machinefabriek' in de Taalstraat
in Vught uit 1906.
Uit de verslagen van de Kamer van Koophandel waar het bedrijf aan
het eind van de negentiende eeuw werd vermeld als ‘werktuigfabriek en ijzer
draaierij’ is duidelijk op te maken dat Grasso in die tijd ‘overvloed van
werk’ had.
Het bedrijf had intussen ruim 130 man
personeel in dienst en verdere uitbreiding op de locatie
Zuid-Willemsvaart was uitgesloten. In 1896 verkocht de ‘Werktuig
bouwkundig ingenieur en Machinefabrikant’ zoals Henri Grasso
zichzelf dan
noemt de fabriek en kocht de voormalige
|
bedrijfsgebouwen
van de boek en steendrukkerij van Henri Bogaerts
aan de Taal straat te Vught. Dit tot grote teleurstelling van het
Bossche stadsbestuur dat vreesde voor de werkgelegenheid. In het
nieuwe onderkomen startte Henri Grasso met een afdeling
koeltechniek waarvan de productie in het begin nog voornamelijk
bestond uit verdampers, condensors en pekelbakken. In het begin van
de twintigste eeuw zou daar verandering in komen.
Zuivelfabrieken
De agrarische depressie van 1880-1895 had onder meer tot gevolg dat
de zuivelproductie van de boe renbedrijven naar productiecentra werd
overgebracht. In 1886 werd de eerste zuivelfabriek in het Friese
Warga opgericht. Het aantal Nederlandse zuivelfabrieken zou enorm
toenemen. Vanaf 1902 speelde Grasso een grote rol in de levering van
apparatuur voor deze sterk groeiende nationale markt. Speciaal voor
deze doelgroep bracht Grasso in 1904 een catalogus uit. Henri Grasso
had daar mee volgens eigen zeggen slechts één doel voor ogen Holland’s ouden roem de zuivelbereiding weder om aan de spits der
wereldmarkt te brengen. Het waren de gouden jaren van het bedrijf.
In 1905 begon Grasso met de levering van koelcompressoren onder
licentie. In 1910 ontwikkelde Grasso als eerste in Nederland een
koelcompressor van eigen fabricaat. Door de ontwikkeling van de
zuivel en koeltechniek met daarnaast de orders van de
margarine-industrie was ook de fabriek te Vught ondanks eerdere
forse uitbreidingen te klein geworden. Hoewel Henri Grasso de
goedkeuring van het Vughtse gemeentebestuur had gekregen voor
verdere uitbreiding besloot hij te vertrekken. De stijgende
transportkosten in Vught lag de fabriek niet aan het water en het
spoor en een gunstige aanbieding van een Belgische ijzergieterij die
het bedrijf wilde overnemen waren de voornaamste redenen. Toen
bekend werd dat Grasso een nieuwe locatie voor zijn bedrijf zocht
werden diverse aan biedingen gedaan. Onder meer van een aantal Duit
se steden die hoopten de fabriek binnen te halen. Ze waren zelfs
bereid daarvoor een spoorlijn aan te leggen. Ook de gemeente
’s-Hertogenbosch stelde intussen alles in het werk om Grasso voor
zich te winnen. Zij boden het bedrijf de mogelijkheid een stuk grond
aan de westzijde van de spoorlijn te kopen voor de bouw van een
nieuwe fabriek. De kosten voor het afgraven en ophogen van het
terrein bedroegen 35.000 gulden waarvan de helft op verzoek van
Henri Grasso, door de gemeente werd bijgedragen. De nieuwbouw het
hoofdkantoor en het fabriekscomplex werd ontworpen door de Tilburgse
architect F. de Beer en in 1912-1913 gerealiseerd. In 1912 werd het
bedrijf omgezet in een open N.V. waar Henri Grasso zelf voor 100
procent in deelnam. De geschiedenis leek zich echter te herhalen.
Brak kort na het gereedkomen van de nieuwe fabriek aan de
Zuid-Willemsvaart in 1868, de oorlog uit tussen Frankrijk en
Pruisen binnen een jaar na het gereedkomen van de nieuwe fabriek
aan de Parallel weg begon de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Neder land
in deze oorlog neutraal was had de oorlog wel enorme gevolgen voor
de machine-industrie. Grasso wist zich staande te houden dankzij de
stijgende binnenlandse vraag daar er geen producten uit het
buitenland gehaald konden worden.
Na de Eerste Wereldoorlog vond wereldwijd een economische opleving
plaats. Had Grasso in 1918 nog 189 werknemers in dienst in 1920 was
dat aantal inmiddels gegroeid tot 317 man. Er werden zelfs
verkoopkantoren geopend in Londen en Soerabaja (Nederlands-Indië).
Tijdens de oorlog waren echter de productiekosten de kosten van
grond- en brandstoffen enorm gestegen. Ook de lonen waren binnen een
paar jaar met twee derde gestegen en bovendien stonden de valuta van
omringende landen ook nog eens erg laag ten opzichte van de gul den.
Dit bleef niet zonder gevolgen. In 1921 volgde een landelijke
recessie. De voorgenomen bouw van een nieuwe gieterij waarvoor
reeds 400.000 stenen waren aangeschaft ging niet door. Het
personeelsbestand daalde naar 198 werknemers en het bedrijf dook in
de rode cijfers. Na enkele jaren slecht gedraaid te hebben begon
Grasso weer winst te maken. Het hoogtepunt lag in 1928 109.919
gulden winst.
In 1929 werd Henri Grasso met een drietal tegen slagen
geconfronteerd. Enige zoon Ruud Grasso gaf te kennen er niets voor
te voelen het bedrijf van zijn vader over te nemen. In hetzelfde
jaar brandde de bovenverdieping van het herenhuis van de familie
Grasso aan de Oude Dieze geheel uit en vervolgens werd een
stafmedewerker betrapt op het stelen van tekeningen die hij aan de
concurrent doorverkocht. Maar het ergste moest nog komen…
|
Fotoreportage: In
1912 begon de bouw van een nieuwe fabriek aan de Parallelweg te
‘s-Hertogenbosch. Het Grasso complex werd gerealiseerd aan de toen
nog onbebouwde westzijde van de spoorlijn naar ontwerp van de
Tilburgse architect F.C. de Beer. Het complex werd in 1913
opgeleverd. De driebeukige opzet met de hoge ramen boven de
ingangspartij doet denken aan een kerk. Machinefabriek Grasso is
zwaar beschadigd tijdens de bevrijding van 's-Hertogenbosch in
oktober 1944. Een kijkje in de draaierij en de magazijn van het
Bossche bedrijf Grasso's Machinefabrieken N.V. Grasso machines bij
de voormalige Drostefabriek in Haarlem.
Malaise
Op 29oktober 1929, beter bekend als Zwarte Donderdag, stortten de
koersen in op de beurs van Wall Street. Dit zou wereldwijde gevolgen
hebben. Fabrieken gingen failliet en vele tienduizenden mensen
kwamen op straat te staan. Ook bij Grasso werden de eerste tekenen
van terugval vrij snel zicht baar. In 1929 had Grasso nog 211
werknemers in dienst en bedroeg de omzet 651.320 gulden. In 1930
werkten nog slechts 171 man bij Grasso terwijl de omzet 481.696
gulden bedroeg. Veel nationale bedrijven probeerden te fuseren om zo
het hoofd boven water te kunnen houden. Ook Henri Grasso voerde
diverse gesprekken met andere machinefabrieken maar telkens waren
de financiële vooruit zichten te mager om tot een |
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
fusie over te gaan. In deze tijd begon
Grasso met de ontwikkeling van de persluchtcompressor.
Enkele Nederlandse bedrijven hadden geen last van de economische
malaise waaronder het bedrijf VEHA van de gebroeders Van Heijst uit
Den Haag die radiatoren en verwarmingsketels fabriceerden. Opzoek
naar ruimte voor verdere uitbreiding werden zij in contact gebracht
met Henri Grasso die het bedrijf op 1 mei 1937 voor 85.000 gulden
aan hen verkocht. Tot aan zijn dood in 1944 bleef Henri Grasso nauw
betrokken bij ‘zijn’ bedrijf. De bedoeling van de nieuwe directeuren
Leo en Louis van Heijst was in eerste instantie Grasso om te bouwen
tot een fabriek van radiatoren en verwarmingsketels. Toch besloten
zij al in een vroeg stadium verder te gaan op de lijn die Henri
Grasso had uitgezet. De Tweede Wereldoorlog gooide echter roet in
het eten. De import van grondstoffen en de export van producten kwam
stil te liggen.
Om te overleven ging men onder meer gascompressoren fabriceren.
Grasso installeerde deze compressoren voor persgas vulstations die
door het wegvallen van de benzine-import het gemotoriseerde ver
keer rijdend probeerden te houden. Ook werd Grasso gedwongen
producten te maken voor de Duitse civiele industrie. Zo wist men de
oorlog door te komen. Pas bij de bevrijding in 1944 ging het echt
mis de fabriek raakte als gevolg van oorlogshandelingen zo zwaar
beschadigd dat de productie stil kwam te liggen.
Nieuwe richting
Na de oorlog werd de fabriek zo snel mogelijk hersteld.
Tegelijkertijd sloeg men een andere richting in men stopte met de
productie van machines voor de zuivel- en margarine-industrie en
ging verder met de ontwikkeling van de perslucht- en koeltechniek.
Vanuit de perslucht ontstond later de ontwikkeling van pneumatische
gereedschappen. Speciaal voor de productie van deze gereedschappen
werd in 1955 te Nijmegen een geheel nieuwe fabriek gebouwd. De
meeste aandacht bleef uitgaan naar de export van koelinstallaties.
Zo werden onder de vlag van Grasso bedrijven in België (1953),
Mexico (1956), Turkije (1958) en Zuid-Afrika (1962) opgericht. In
1958 bestond Grasso 100 jaar en in verband daar mee ontving de
directie uit handen van Mr. H.J.M. Loeff burgemeester van
’s-Hertogenbosch het predicaat ‘Koninklijke’ voor de betekenis van
Grasso in de nationale industrie.
In 1965 werd er een belangrijke reorganisatie door gevoerd: de
productie en installatie van koelcompressoren werden van elkaar
gescheiden door het installatiebedrijf Grenco (grasso’s engineering
and contracting) op te richten. Na verloop van tijd zou den nog
verschillende reorganisaties plaatsvinden. Zo sloot men begin jaren
tachtig de fabriek in Nijmegen en werd in 1985 de tak
persluchttechniek verkocht. Grasso concentreerde zich nu volledig op
de ontwikkeling van de koeltechniek.
Om verdere investeringen mogelijk te maken en om de concurrentie het
hoofd te bieden trad Grasso in 1992 toe tot de Duitse multinational gea.
Door verdere ontwikkeling is Grasso een internationale onderneming
waarin bijna het gehele spectrum van industriële koeling te vinden
is.
Wat Grasso zo uniek maakt is dat zij als het enige bedrijf ter
wereld gelaste koelcompressoren fabriceert.
|