Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

  De Monumenten

  De Kerken

  De Standbeelden

  Het Stadhuis

  Jeroen Bosch Ziekenhuis

  Jheronimus Bosch

  De Gevelgedichten

  De Gevelstenen

  Bossche Markten

  Handel en Industrie:

         Grasso

         P. de Gruyter & Zoon

         Mengvoederfabriek Koudijs

         Sigarenfabrieken

         De Bossche brouwerijen

  Partnersteden

  Toeristische informatie

 Straten en Stegen

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen

       

's-Hertogenbosch

    Sigarenfabrieken 

 

In 1826 werd de eerste Nederlandse sigarenfabriek opgericht. Vijf jaar later kende Den Bosch reeds vijf 'sigarenfabrieken' een aantal dat vier jaar later verdubbeld was. Steeds meer Bosschenaren vonden werk in de sigarenfabrieken waar de sigaren met de hand gefabriceerd werden.
In 1914 vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren er 1700 Bosschenaren in deze bedrijfstak werkzaam. Tijdens deze oorlog kregen de sigarenfabrikanten te maken met een gebrek aan grondstoffen. Er werd onder meer geprobeerd in ons eigen land tabaksplanten te telen maar dat werd

       

Bronnen, noten en/of referenties:
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch - goulmyenbaar.nl

geen succes. Veel sigarenfabrieken sloten noodgedwongen de deuren sommige moesten hun productie sterk inkrimpen. In 1920 waren er nog maar 1200 Bosschenaren betrokken bij de sigarenfabricage.

    

Fotoreportage: Goulmy en Baar fabriek aan de Boschveldweg. Eerste fabriek Goulmy & Baar in Sint-Jorisstraat. Fabriek waar Rudolph Baar na 1929 doorging onder de naam Goulmy & Baar aan Westwal. De bebouwen van de gebr. Houtmaan aan de Hinthamerstraat en Handelkade. Antonio Sigarenfabriek aan de havensingel en de oorlogsschade en naar de nieuwbouw waar nu de nettorama is gevestigd. Het gebouw in de vughterstraat waar vroeger de Sigarenfabriek Henri de Leeuw was gevestigd.

       

Na de Eerste Wereldoorlog sloten vele Bossche sigarenfabrieken de poorten. Omdat de productie van sigaren arbeidsintensief was, koos men voor gebieden waar de lonen lager waren en vertrok men onder meer naar Boxtel en Valkenswaard. Goulmy en Baar (Boschveldweg), Mauritz Azijnman (Havensingel), Houtman (Torenstraat) en De Leeuw waren bekende sigarenfabrikanten. Sigaren werden veel gerookt de sigaret had een ongunstige naam. Jongens mochten als zij twaalf tot veertien jaar oud waren officieel van hun vader hun eerste sigaar roken.
Harry (ook wel Henry) genoemd groeide op in een sigarenfabrikantengezin. Hij begon in 1906 een eigen sigarenfabriek de 'Nederlandse Sigarenfabriek Henry de Leeuw sigaren, tabak, sigaretten en snuif'. Hij had zijn bedrijf in het Kruisbroedersstraatje. Op de begane grond bevonden zich garages op de bovenverdieping werkten de

sigarenmakers. In dit fabriekspand werd onder meer de befaamde Leo Victor-sigaar geproduceerd. Deze populair in het gehoor liggende naam betekende de Leeuw is de overwinnaar. Na acht jaar in 1914 verhuisde De leeuw. Hij zag expansiemogelijkheden maar de Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten. Het fabriekspand kwam leeg te staan en werd verbouwd tot woningen. In 1932 werd de oude bebouwing afgebroken en werden er tien woningen gebouwd vijf beneden- en een even groot aantal bovenwoningen.

In de dertiger jaren was er sprake van dat een groot aantal smallere Bossche straatjes verbreed zouden worden de auto was immers in opkomst. Dat heeft echter niet verhinderd dat de woningbouw toch gerealiseerd werd. Al ruim vijfenzestig jaar is het hier rustig wonen in de Bossche binnenstad.
De Bossche sigarenfabrieken zijn grotendeels verdwenen. Enkel het uit 1895 daterende fabriekspand van Goulmy en Baar aan de Boschveldweg / Boschdijkstraat is bewaard gebleven en staat op de monumentenlijst.
         
Sigarenmakers
Zo'n 1500 tot 2000 Bosschenaren waren rond 1915 werkzaam in elf sigarenfabrieken. Ze werkten er als sigarenmaker, bosjesmaker of tabaksstripper. In de loop van de Eerste Wereldoorlog liep dit aantal sterk terug omdat de aanvoer van tabak overzee vanwege de oorlogsomstandigheden stagneerde. Velen werden werkloos.
Wethouder Manis Krijgsman met in zijn portefeuille onder meer sociale aangelegenheden startte een omscholingsprogramma voor de werkloze sigarenmakers. Zij zouden bouwvakkers moeten worden! Want de stad had een grote behoefte aan goede woningen. Geen wonder dat wethouder Krijgsman pleitte voor een aanpak van de woningbouw. „Wanneer men iets voor het volk wil doen om het te verheffen moet men op de allereerste plaats goede woningen bouwen... Heeft men geen redelijke woning ter beschikking dan is alles wat men doet voor drankbestrijding, tuberculosebestrijding en sociale organisatie tevergeefs en het daar aangegeven geld kan men beschouwen als te zijn weggeworpen.”
Bij Bredero's Bouwbedrijf in Utrecht hadden ze ervaring in het vervaardigen van grote betonstenen. Hiermee zouden sneller en gemakkelijker huizen kunnen worden gebouwd door de omgeschoolde werkloze sigarenmakers. Inderdaad werden deze huizen gebouwd aan De Bossche Pad en omgeving en in het gebied Hinthamerpoort. Telkens werd de bouw van een complex behandeld in de Bossche gemeenteraad. Honderden woningen zouden er gebouwd worden. Eén nadeel was dat men een grote eentonigheid vreesde. Burgemeester van Lanschot zij hierover „100 dezelfde woningen op een rij dat wordt een kerkhof.” Zelfs wethouder Krijgsman wilde niet „400 van die doodskisten naast elkander zetten met hier en daar een opening erin”.
De omgeschoolde kregen een laag salaris. Bij een meer dan gemiddelde productie werden extra beloningen uitgedeeld.
De huur van deze huizen in de volksmond 'sigarenmakers woningen' genoemd was laag ook al omdat de nieuwe bewoners uit te saneren panden in de binnenstad kwamen waar weinig huur werd betaald. In de huizen was echter geen 'mooie kamer'. Daar had de vrouw des huizes kennelijk geen behoefte aan. Want de wethouder deelde daarover mee „Zij zal dagelijks voor 'den pot' moeten zorgen de kleren herstellen en van oud nieuw maken zij zal door haar overleg en kennis de waarde van het door haar man verdiende loon moeten trachten te verdubbelen. Zulk een huisvrouw heeft aan een teveel aan ruimte niets dan last. Dat te grote huis voor haar capaciteit heeft tot gevolg dat zij boven haar kunnen gaat leven te veel besteedt aan meubilering en er te weinig overschiet voor voedsel en andere noodzakelijkheden waardoor allicht ondervoeding en erger voor haar en de kinderen ontstaat.”

     

Sigaren
Als er in ons land gerookt werd gebeurde dat tot het midden van de vorige eeuw voornamelijk met de pijp. Zo'n anderhalve eeuw geleden kwam de sigaar naar voren.

Aan het eind van de negentiende eeuw vestigden zich een aantal sigarenfabrieken in de stad. De directeuren waren voornamelijk afkomstig uit het noorden. In het katholieken zuiden vonden zij gezagsgetrouwe en goedkope arbeiders. Het werden de bekende namen als Azijnman, Goulmy & Baar en Houtman die bekend raakten als producenten van sigaren.

Machines hadden in de sigarenfabrieken hun intrede nog niet gedaan. Het was voornamelijk handwerk dat geleverd werd door de vele sigarenmakers. Het moet in het begin van deze eeuw zelfs een kwart van de totale Bossche beroepsbevolking geweest zijn die zich met de sigarenfabricage bezig hield. Op foto's uit het begin van deze eeuw zijn tientallen sigarenmakers te zien bezig met hun werk aan lange rijen tafelsin de sigarenfabrieken. Voor een deel waren deze sigarenmakers ook kleine zelfstandigen zij hadden enkele handlangers die voor hen werkten. Dat waren de Bosjesmannen en de tabaksstrippers. Hij moest hen enkele kwartjes voor hun werk betalen.

Vakbondsman Theo Beerens beschreef deze situatie. „Het was onrustig op de fabriek. De meesterknecht surveilleerde over de werkzaal bevroedend dat er weer op schelmerij gezind werd.” En hij schrijft verder „Als de sigarenmakers hun naam hoorden afroepen met de mededeling 'beneden komen' brak menigeen het angstzweet uit.

       

Bronnen, noten en/of referenties:
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch - goulmyenbaar.nl

Dan wist men reeds bij voorbaat dat een aantal van de gemaakte op de controletafel zouden liggen.” Deze sigaren werden afgekeurd. En niet enkel deze sigaren maar een veelvoud ervan zou van het loon van de sigarenmaker worden afgetrokken. Een van de gevolgen van deze situatie was dat vele sigarenmakers tevens thuiswerker werden.
Slechts een kwart eeuw zou de sigarenfabricage in Den Bosch 'bloeien'. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stagneerde de aanvoer van tabak. De talloze werkloze sigarenmakers werden omgeschoold tot bouwvakker. Toen de aanvoer van tabak na het sluiten van de vrede weer op gang kwam verhuisde de fabrikanten verder naar het zuiden naar Boxtel en Valkenswaard waar de arbeidskrachten goedkoper waren.

      

Antonio Sigarenfabriek van Maurits Azijnman
Deze fabriek was eerst gevestigd aan de Havensingel. De sigarenfabriek Mauritz Azijnman (‘Antonio’) op de hoek van de Havensingel en de Halvemaanstraat werd zo zwaar beschadigd dat het na de oorlog gesloopt werd. Later verhuisde deze naar De Orthenpoort het pand waar nu Nettorama is gevestigd. Daar zijn tot na de Tweede Wereldoorlog sigaren gemaakt. Het bedrijf had in 1948 ongeveer 315 personen in dienst.

      
Goulmy en Baar
De Bosschenaar Eugčne Goulmy en zijn Duitse vriend Rudolph Baar hadden eind negentiende eeuw een sigarenfabriek in Amsterdam op het Rokin maar wilden ook een fabriek opzetten in ‘s-Hertogenbosch. Zij begrepen dat de lonen in het zuiden van Nederland veel lager waren en daar heerste nog arbeidsrust zonder het gedoe van stakingen of protest. Dat was ideaal voor hen want voor het rollen van sigaren waren veel mensenhanden nodig. Bij een bezoek aan ’s-Hertogenbosch zagen zij mogelijkheden.
Het Bossche stadsbestuur had een groot industrieterrein dichtbij het net geopende station aangewezen als geschikte locatie voor nieuwe fabrieken. Tot die tijd was de ontwikkeling tot industriestad achtergebleven. Het gevolg was dat vele Bosschenaren zonder baan zaten. Maar liefst een derde van de inwoners leefde in armoede. Daar moest verandering in komen.
Zo gebeurde het dat de Bosschenaren in 1898 de opening van de nieuwe sigarenfabriek groots vierden. De Inspectie van de Arbeid noemde de nieuwe fabriek zelfs een “paleis van volksvlijt” en een “modelbedrijf”. Het zag er aan de buitenkant zelfs uit als een kasteel. Binnen was veel daglicht stofafzuiging en een modern verwarmings- en ventilatiesysteem. Hier gingen vierhonderd mensen aan de slag. Nog geen tien jaar na de opening was de Bossche fabriek uitgegroeid tot de grootste sigarenproducent van Nederland.
Het succes van de fabriek van Goulmy trok ook andere sigarenbedrijven aan. Rond 1915 werkten zo’n tweeduizend Bosschenaren in de sigarenindustrie. Dat was bijna een derde van de industriële beroepsbevolking in de stad.
Door de wereldwijde economische crisis van 1929 moesten sigarenfabrikanten Goulmy en Baar hun fabriek verkopen. De nieuwe eigenaar was fabrikant Willem II. Deze zette de sigarenproductie voort tot 1948. Maar uiteindelijk moest de Bossche sigarenfabriek stoppen omdat het te duur werd om sigaren nog met de hand te maken.
Het gebouw van de oude sigarenfabriek in ’s-Hertogenbosch is er nog wel. Het heeft inmiddels verschillende functies gehad. Zo was het in de jaren 1980 een moskee. Nu gebruikt de organisatie Willem Twee de oude fabriekshallen voor muziek en kunst.

      
Nederlandsche Sigarenfabriek Henri de Leeuw N.V.
De sigarenindustrie in 's-Hertogenbosch heeft een flinke klap gekregen tijdens de Eerste Wereldoorlog toen er geen tabak meer werd ingevoerd. Toch was er later nog een sigarenfabriek in de Vughterstraat 234. Een van de Bossche sigarenindustrieën die omstreeks 1900 in 's-Hertogenbosch floreerden was de firma H. de Leeuw de 'Nederlandsche Sigarenfabriek Henri de Leeuw N.V.'. Er werd niet altijd gewerkt want bijvoorbeeld in 1908 vonden er

       

Bronnen, noten en/of referenties:
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch - goulmyenbaar.nl

acties plaats. Geen staking! Toen een voorstel van werkgever De Leeuw een beperkt deel van de eisen gericht op hoger loon verworpen dreigde te worden vond er arbitrage plaats. Zowel vakbonden de Kamer van Arbeid en de R.K. Patroonorganisatie bemiddelden bij dit conflict. De loonsverhoging ging gedeeltelijk door.
Als in de twintiger jaren de meeste sigarenfabrikanten hun productie staken blijft De Leeuw doorgaan op het nippertje overleeft men de crisis. De beroemdste sigaar van De Leeuw was de 'Leo Victor' letterlijk vertaald de leeuw is de overwinnaar. Men bezat een monopolypositie in de Nederlandse D-treinen daar kon men alleen sigaren van De Leeuw kopen! Een laatste opleving kende het bedrijf nog tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de Duitse Weermacht grote bestellingen plaatste. Maar later kwam de schaarste aan grondstoffen en konden er alleen surrogaatproducten vervaardigd worden. Na de oorlog was men niet bij machte de grote traditie van de Bossche sigarenindustrie voort te zetten. In 1953 werd de naam van De Sigarenfabriek Henri de Leeuw N.V. doorgeschrapt in de registers van de Bossche Kamer van Koophandel.

De firma was een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de Kempense makers van de bekende merken Balmoral en White Ash. Maar het ging slecht met de Leo Victor de verkoop daalde tot een fractie van de vroegere omzet en het merk verdween tenslotte. Op het adres Vughterstraat 234 overleed met Kerstmis 1954 de sigarenfabrikant Hendricus de Leeuw en enige jaren later verhuisde zijn weduwe naar Vught.

Gebroeders Houtman
Dure kwaliteitssigaren met bijzondere tabaksmelanges. De sigaren van de Gebroeders Houtman uit ’s-Hertogenbosch beter bekend als La Paz vallen ook bij Koning Willem III in de smaak. Ze mogen zich dan ook Koninklijk Hofleverancier noemen.
In 1848 begint de uit Amsterdam afkomstige Christiaan Houtman in ’s-Hertogenbosch een sigarenfabriek in de Torenstraat. Net zoals andere Bossche sigarenfabrieken maakt hij dure kwaliteitssigaren. Veel keus heeft hij niet zijn sigarenmakers wonen voornamelijk in de stad waar de woonlasten hoog zijn. In tegenstelling tot Eindhoven ‘la ville fumée’ waar ze meestal goedkopere sigaren maken. Hun sigarenmakers komen immers merendeels uit de omliggende Kempendorpen waar het leven een stuk goedkoper is.
Christiaans bijzondere tabaksmelanges vallen in de smaak bij welgestelde rokers Koning Willem III is zelfs een van zijn vaste klanten. Vandaar dat hij zich ook Koninklijk Hofleverancier mag noemen. Het wapen van de koning prijkt boven zijn winkeldeur in de Hinthamerstraat. Ook wint hij met zijn kwaliteitssigaren diverse prijzen op internationale Tentoonstellingen van Nijverheid die in die tijd in zwang zijn. Met twee medailles komt hij in 1867 terug uit Parijs. Hij is er zo trots op dat hij ze als plaquettes op de voorgevel laat aanbrengen.
In 1876 overlijdt Christiaan en nemen zijn twee zonen Theodorus en Alphonsus de sigarenfabriek over. Ze gaan verder onder de naam ‘Gebroeders Houtman’. Als Theodorus enkele jaren later ook overlijdt treedt zijn zoon Christiaan in zijn voetsporen. Hij is een zwaar gelovig en sociaal bewogen man. Naast sigarenfabrikant is hij ook President van de ‘Stille Armen’ in de stad en betrokken bij andere charitatieve organisaties.
Theodorus Houtman begint in in 1881 aan de Handelskade een nieuwe grote sigarenfabriek. Hier produceert hij de eerste sigaren van het merk La Paz. De herkomst van de naam is onduidelijk. ‘La paz’ betekent vrede in het Spaans. Verwijst de naam naar de verbroedering die het sigaren roken met zich meebrengt of is het misschien toch een verbastering van de familienaam Van der Pas een andere Bossche sigarenfabrikant?
Ze brengen een ‘sierlijke’ maandscheurkalender uit bestemd als geschenk voor hun klanten. Het krijgt zelfs een vermelding in een lokale krant die het een ‘zeer artistiek boekje’ noemt met behalve een opsomming van sigarenmerken met hun melanges ook veel mooie foto’s van het in- en exterieur van de imposante nieuwe fabriek. Een ‘prachtstukje voor de huiskamer het kantoor en zelfs de salon’.
Enkele jaren later schrijft een andere lokale krant over de verjaardag van Christiaan Houtman. Hij geeft dan een feest in de fabriek met al zijn 150 sigarenmakers. De avond wordt ‘gezellig doorgebracht met zang en voordracht van verschillende gezellen die het feest opluisterden’. Zo te zien was er dus een goede relatie tussen de leiding en het personeel.
Rond 1900 verlaat Alphonsus het familiebedrijf. Zijn neefje Christiaan staat er nu alleen voor. In die tijd worden er jaarlijks 60 miljoen sigaren in 's-Hertogenbosch vervaardigd. De sigaren van Houtman verkopen ze ook in hun winkel 'Sigarenmagazijn Gebr. Houtman' aan de Hinthamerstraat.
Antonius H.C.M. Sweens laat een fabriek en woonhuis bouwen aan de Koninginnelaan waar hij samen met zijn vrouw Jeanne Houtman dochter van Th.Houtman een sigarenfabriek begint in 1899. Vandaar de naam A.Sweens-Houtman.
De Bossche sigarenindustrie maakt na de Eerste Wereldoorlog moeilijke tijden door. Van de 1500 ‘geregistreerde’ sigarenmakers zitten er zo’n 1000 zonder werk. Ondanks vele advertenties in landelijke bladen waarin ze adverteren met hun sigaren die ‘onovertroffen in kwaliteit’ zijn lukt het de ‘N.V. La Paz sigarenfabrieken v/h Th. Houtman’ niet voldoende orders binnen te krijgen.
In 1928 neemt sigarenfabriek J. van Susante uit Boxtel uiteindelijk La Paz over. Ze proberen de fabriek in ’s-Hertogenbosch nog nieuw leven in te blazen. Wanneer dat niet lukt verhuizen ze de productie naar Boxtel. Sindsdien is La Paz ook in Boxtel een bekende naam.

           

Bronnen, noten en/of referenties:
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch - goulmyenbaar.nl - Bossche Encyclopedie.

       

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl