Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

  Geschiedenis

  Het Interieur

  Het Exterieur:

         De Sint-Janstoren

         De Luchtboogbeelden

         Het Noorderportaal

         Het Zuiderportaal

         De Beelden en wimbergreliëf

  De Kapellen

  De Ramen

  De Stille Omgang

  De Kerststal

  Diocesaan geloofsfeest

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen

Sint-Janskathedraal

De Beelden en Wimbergreliëfs op de Sint-Jan

       

De standbeelden op de luchtboogstoelen
Op de getrapte ezelsrugvormige afdekkingen van de luchtboogstoelen zijn boven de kooromgang steeds twee bijna mansgrote standbeelden per stoel geplaatst. Kort na 1900 bij aanvang van de restauratie van het hoogkoor waren van de oorspronkelijk 32 beelden slechts vijf complete sculpturen bewaard gebleven. Daarnaast bleek hun voormalige aanwezigheid uit een aantal afgebroken voetstukken. De tufstenen beelden stellen een edelman of vorst voor een keizer of twee edelmannen of ridders en een wildeman. Meer nog dan andere beelden op de Sint-Jan vraagt de identificatie van deze intrigerende beelden de aandacht. Het zijn immers met zekerheid geen heiligen die hier zijn uitgebeeld. De nog aanwezige wapenschilden doen vermoeden dat er historische figuren die werkelijk hebben bestaan zijn voorgesteld. Voor Jan Mosmans was dit in de jaren dertig van de vorige eeuw de aanleiding voor een ware queeste om de identiteit van deze personen te achterhalen wat leidde tot zijn conclusie dat hier de hertogen van Brabant waren verbeeld. Kees Peeters wilde met zijn eigen “willekeurig bijeen gehaalde gegevens” betreffende de standbeelden niet vervallen “tot even grote

fantasie als de hertogenreeks van Mosmans die inmiddels wel mag gelden als een interessante uiting van het Brabantse chauvinisme dat in de jaren dertig en veertig hoogtij vierde zich graag beriep op zijn Bourgondisch karakter en op de middeleeuwse bloei van het hertogdom”.

    

Datering en typologie
Op diverse plaatsen rond het hoogkoor met name aan de noordzijde ervan onder de kapconstructies van de koorzijbeuk is onomstotelijk vastgesteld dat de luchtboogstoelen tegelijkertijd met het onder gelegen muurwerk van de koorzijbeuken en straalkapellen zijn opgetrokken. Op één plaats was duidelijk te zien dat de luchtboogstoel aan de zijde van de luchtbogen tijdelijk was afgewerkt met een staande tand en dat de luchtbogen zelf daar later zijn toegevoegd. Deze bouwvolgorde die ook werd toegepast aan het noordtransept en het schip is een gevolg van het gelijktijdig bouwen van de luchtbogen met het slaan van de gewelven in een bouwdeel. Dit betekent dat een luchtboogstoel met de bijbehorende luchtboog in twee fasen werd gebouwd en dat niet met zekerheid kan worden gesteld in welke fase de plaatsing van de beelden plaats vond. Toch ligt het door de bouwkundige toepassing van de bouwsculptuur als onderdeel van de natuurstenen afdekking voor de hand dat de beelden al bij de bouw van de luchtboogstoelen werden geplaatst. De standbeelden zijn daarmee tussen 1375 en 1385 te dateren.
In 1386 of kort daarvoor overleed meester Boudewin die in 1368 ook al in de rekeningen van de Broederschap werd vermeld toen hij de eerder genoemde diademen of bloemenkransen voor de processiespelen vervaardigde. Opvallend is dat hij na zijn overlijden bij zijn uitschrijving uit het register van de Broederschap “meester Boudewijns die beeldmeker” wordt genoemd. Daarmee is niet met zekerheid gezegd dat hij stenen beelden vervaardigde maar daar staat tegenover dat ambachtslieden die houten beelden maakten als beeldsnijders werden vermeld ook in de rekeningen en registers van de Broederschap.
Zowel wat betreft de positie als de onderwerpen lijken deze standbeelden in de Nederlanden vrijwel uniek. Ze zijn in onze streken slechts vergelijkbaar met drie beelden die op soortgelijke plekken in Diest zijn aangebracht vermoedelijk in de periode 1398-1402. Daar zitten de beelden echter schrijlings op de afdekking van de luchtboogstoel vergelijkbaar met de luchtboogbeelden aan het Bossche schip terwijl onze standbeelden echt staand zijn vormgegeven. In Diest zijn een wildeman een geharnaste man en Christus Salvator uitgebeeld. Hoewel de overeenkomst met de wildeman opvallend is geeft noch de vormgeving noch de gebruikte steensoort aanleiding voor een vermoeden van enige connectie met de Sint-Jan.
De voorbeelden voor de toepassing van beelden op de luchtboogstoelen moeten eerder worden gezocht in het noorden van Frankrijk, Bourgondië, Straatsburg en het midden van Duitsland waar parallellen te over zijn. Vrijwel altijd gaat het echter om fantasiewezens, monsters of dieren schrijlings zittend op de dekrug en nooit om staande figuren of om profane reële figuren. Daarmee lijkt de Sint-Jan dus toch een aparte plaats in te nemen.

           

De Erwtenman

Omdat ’s-Hertogenbosch een grote bloeiperiode beleefde wilde men een uitzonderlijk mooie kerk neerzetten ter ere van God zonder wiens hulp de voorspoed niet mogelijk was geweest. Verschillende beroemdheden liet men naar hier komen om de kerk mee te bouwen. Uit Leuven was een man gekomen wiens faam hem reeds vooruit was gesneld. Het heette dat hij een zeer groot en kundig bouwmeester was.
           

Aan vele bouwwerken verspreid over bijna heel Europa had deze man meegewerkt. Hij werd aangesteld als een van de hoofdbouwmeesters en betrok met zijn gezin een fraaie woning in de Kerkstraat. Maar er deed een gerucht over hem de ronde hij zou onverdraagzaam zijn en hij had het hoog in de bol.   

                   

En inderdaad eenmaal bezig met zijn opdracht tierde en schold hij op zijn werkmensen en schepte enorm op over zijn werk tegen degenen die naar de bouw kwamen kijken. En het was grote klasse maar werkten niet allen ter ere Gods? Hij was dan ook niet erg geliefd in de stad zeker niet bij de gewone mensen, die op hun manier een steentje hadden bijgedragen aan de bouw van de kathedraal.     

               

Op een zekere dag in mei kwam de bouwmeester ’s middags thuis om een hapje te eten. Zijn vrouw had groene erwten gekookt en de pot met erwten op de stenen vloer gezet om hem te laten afkoelen. De bouwmeester zag de erwten staan en werd ontzettend kwaad. In zijn verontwaardiging over het voorzetten van deze alledaagse kost aan een zo groot kunstenaar als hij was trapte hij de pot omver. De erwten rolden door het huis terwijl de man uitriep "Is dat nu kost voor een man die daags een braspenning winnen kan!" Toen zijn werkmensen de volgende dag hoorden van het incident maakten ze boven het venster waar ze op dat moment aan bezig waren, het portret van de bouwmeester. Het is nog steeds te zien aan de noordzijde van de kathedraal. Men ziet daar de bouwmeester op het moment dat hij de pot met erwten omver schopt. Er zat toen niet veel anders voor hem op dan te vertrekken en zijn geluk elders te beproeven.

De wimbergreliëfs van de straalkapellen
De reeks van 21 wimbergreliëfs aan de straalkapellen vormt een bijzonder architectonisch hoogtepunt van grote bouw- en kunsthistorische betekenis. Het was en is nog steeds de meest complete en best geconserveerde reeks van beeldhouwwerken die er aan de kathedraal bewaard was gebleven. Op een enkel te zwaar verweerd reliëf na is nog goed de oorspronkelijke vormgeving na te gaan en van een deel is de iconografische betekenis ook duidelijk. De zwikken tussen de vensterharnassen en de wimberglijsten en de balustrades zijn steeds door twee grote blokken tufsteen gevuld waaruit samenhangende figuren op consoles in hoog reliëf zijn uitgehouwen. De meeste figuren beperken zich tot een enkel zwik doch enkele vormen een doorlopend reliëf met het tegenoverliggende zwik. Vrijwel altijd zijn de wimbergen gevuld met twee hoofdpersonen die de zwikken ten voeten uit vullen en steunen op kleine figuratieve consoles. Daarnaast zijn vaak kleinere nevenfiguren geplaatst en zijn vele attributen weergegeven om de betekenis van de voorstellingen te verduidelijken. Helaas werd voor de kwalitatief hoogstaande bouwsculpturen een natuursteensoort gebruikt die niet is opgewassen tegen het wisselvallige Nederlandse klimaat. De voor het beeldhouwwerk gebruikte tufsteen de fijne Weibener tufsteen onderscheidde zich nauwelijks van de Römer en Hohenleie tufsteen die voor het omliggende lijst- en bladwerk en voor de vensterneggen was gebruikt. Helaas is deze steen gevoelig voor wind- en vorstschade. Bij de eerste restauratie van de straalkapellen tussen 1921 en 1945 werden alle wimbergreliëfs verwijderd en vervangen door kopieën van Ettringer tufsteen. De originele reliëfs zijn vrijwel allemaal bewaard gebleven en opgeslagen en sinds 1985 voor een deel tentoongesteld in Sint-Jansmuseum de Bouwloods. Een uiterst belangrijke bron van informatie over de oude reliëfs en daarom in deze rapportage zoveel mogelijk opgenomen zijn de historische foto's vooral ook omdat de originelen na de afname nog veel te lijden hebben gehad. Zo zijn in het reliëf van de

geboorte van Christus twee herders op de achtergrond geheel verdwenen net als de os en de ezel.
 

Op de foto die gemaakt werd voordat het reliëf werd afgenomen zijn deze figuren echter nog duidelijk herkenbaar en hierdoor weten we dat de bij de restauratie aangebrachte figuren niet louter uit fantasie ontsproten zijn. De oude foto’s verschaffen tevens informatie over aangebrachte pleisterlagen en stucwerkreparaties. De reliëfs zijn ten behoeve van het kopiëren grondig schoongemaakt waarbij allerlei details zichtbaar werden die op de foto’s niet zichtbaar waren. Maar tegelijkertijd werden de gedocumenteerd de restanten van allerlei interessante vermoedelijk al voor 1629 uitgevoerde restauraties verwijderd. Van een polychromie op de wimbergreliëfs is in tegenstelling tot in de neggen van de onderliggende vensters en in de beeltenissen niets teruggevonden al kan het niet worden uitgesloten dat de resten ervan bij de genoemde reiniging verloren zijn gegaan.

       

Bronnen, noten en/of referenties:
Ronald Glaudemans, De Straalkapellen, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch

 

 

      

       

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl