|

|
|
Geschiedenis
De Historie van
's-Hertogenbosch
|
|

|
In 1356
kocht de edelman Jan Oem van Arkel een flink stuk grond in Bokhoven dat nu
onderdeel is van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Hij liet er een kasteel
bouwen waarmee hij zijn grond goed kon verdedigen tegen vijanden. Maar een
indrukwekkend kasteel was niet altijd veilig ontdekten de bewoners na hem.
Zeker niet toen de hertog van Gelre aanviel met
|
kanonnen.
Hier liet hij een kasteel
bouwen voor zijn gezin. De hoofdburcht was opgebouwd uit een woontoren met
muren van anderhalve meter dik, een kleinere poorttoren, een zaal en een
binnenplaats. Een bijzonder feitje is dat elk belangrijk vertrek een soort
eigen toilet kreeg, ook wel privaat genoemd. Dit was een grote luxe in die
tijd. Dankzij opgravingen weten we nu meer over de bouw van het kasteel en
hoe het leven op het kasteel eruitzag. Vondsten als een tinnen kan, zilveren
lepels en een vleesvork vertellen veel over de rijkdom van zijn bewoners.
|
|

|
In 1380 wordt met de
bouw van de gotische
Sint-Jan begonnen. De
romaanse kerk wordt
voorlopig gehandhaafd.
Het ontwerp van de
gotische kerk is van
Willem van Kessel. Hij
was als bouwmeester aan
de Sint-Jan verbonden
van ongeveer 1380 tot
1407 mogelijk zelfs nog
tot aan zijn dood
omstreeks 1425. Op dat
moment zijn het
hoogkoor, de kooromgang
en de straalkapellen |
voltooid. Gotiek is een bouwstijl die in
de loop van de twaalfde eeuw in Noord Frankrijk ontstond. Door toepassingen
van spitsbogen en kruisgewelven werd in de nieuwe kerken de stabiliteit van
het bouwwerk flink vergroot. Tegelijkertijd werd bereikt dat het gewicht
niet meer op de gehele breedte van de muur drukte maar zich op enkele
punten concentreerde. Om de druk op die punten te ontlasten bracht men aan
de buitenzijde van koor en schip luchtbogen aan. Nu de muren niet langer
nodig waren om het gewicht van daken en gewelven
te torsen konden er grote ramen in worden gemaakt. De kerken werden zo
hoger ruimer en lichter.
In dezelfde tijd wordt in de
bouwloods van de kerk een oud Mariabeeld gevonden. Als zich rondom
dit beeld enkele mirakelen voordoen groeit Den Bosch uit tot
bedevaartsplaats naar de Zoete Lieve Vrouw. In de kapel van de Zoete
Lieve Vrouw van Den Bosch is het Mirakelboek te zien waarin de
wonderen zijn opgetekend die zich rond Maria hebben voorgedaan. In
een gedicht dat voorafgaat aan de beschrijving van de wonderen is te
lezen dat omstreeks 1380 een oud Mariabeeld werd gevonden in een
steenhouwerloods bij de kerk. Het ondervond niet veel waardering er
waren zelfs mensen die het bespotten. Tegelijkertijd deden zich
echter wonderbaarlijke gebeurtenissen voor die aan de tussenkomst
van Maria werden toegeschreven. Het beeld werd daarop geheeld
hersteld en geplaatst in de kapel die ruim zes eeuwen later nog
steeds dienst doet als Mariakapel.
De stad 's-Hertogenbosch ligt in
een uithoek van het hertogdom Brabant dat is er waarschijnlijk de
oorzaak van geweest dat de hertogen slechts
|
zelden voor
een langere tijd binnen haar
vestingmuren
verbleven. Een
echte residentie hebben zij er nooit gehad Hertog Anton heeft
daartoe wel een
serieuze poging gedaan in
1410 laat hij een burcht bouwen in het noordoostelijke deel van de
stad ter hoogte van de huidige sluis O en het bastion Anthonius. Henric Oebkens gaat de
bouw leiden hij
werkt er enige jaren aan in ieder geval tot 1415 het overlijdensjaar
van de hertog maar het kasteel wordt niet afgebouwd. Honderd jaar
later in 1515 krijgt de stad toestemming de resten van het kasteel
te mogen gebruiken om de stadswallen te versterken dit gebeurt het Anthoniusbolwerk wordt gebouwd.
In 1413 wordt de Sint-Jan door de
paus officieel gescheiden
van de Sint-Salvatorkerk in Orthen. De
Sint-Jan was toen allang groter dan de moederkerk van Sint-Salvator
maar had nog steeds geen eigen leiding na de uitspraak van de paus
kreeg ’s-Hertogenbosch eindelijk een eigen pastoor de parochie van
Sint-Jan omvat op dat moment het gehele gebied binnen de
vestingmuren.
|

|
Op 30 april 1419 breekt er een
grote stadsbrand uit ontstaan op het Hinthamereinde waarschijnlijk in het
huis 'De Valk'. Het grootste deel van het Hinthamereinde, de |
Hinthamerstraat en een zijde
van de Markt gaan in vlammen op door
de brand zijn vernield of hebben grote schade opgelopen o.a. het Geefhuis, het Predikherenklooster en
het Ziekengasthuis er hebben 112 mensen het leven verloren bij deze
brand.
|
|
|

|
Op de
huidige Parade bevond zich sinds het einde van de 13e eeuw het Groot
Begijnhof. Het was bestemd voor ongehuwde vrouwen die ervoor kozen een
religieus leven te leiden. De begijnen legden een tijdelijke gelofte van
gehoorzaamheid af maar geen gelofte van armoede zoals bij kloosterlingen.
Ze voorzagen in hun eigen onderhoud met het geven van onderwijs of handwerken.
Eind 13e
|
eeuw wordt het al genoemd in de archieven. Oorspronkelijk woonden
enkele begijnen samen in een huis nabij de huidige Choorstraat. Daaruit
heeft zich waarschijnlijk het Groot Begijnhof ontwikkeld. Het was veel
groter dan de huidige Parade het liep helemaal door tot aan de Binnendieze
bij de Papenhulst en de Triniteitstraat. Hoeveel begijnen er woonden is niet
helemaal zeker maar volgens een haardentelling uit 1526 woonden er toen zo’n
160 vrouwen in kleine huisjes. Het begijnhof was volledig ommuurd het leek
eigenlijk wel een stadje binnen de stad. In 1274 werd het zelfs een
zelfstandige parochie met een eigen kerk de Sint-Nicolaaskerk. Om die kerk
heen lag het eigen kerkhof van de begijnen. Bij de overgave van de stad in
1629 werd bepaald dat het Begijnhof mocht blijven bestaan totdat de laatste
begijn gestorven was. Dat was in 1675 het geval bijna vijftig jaar later.
Toen haar dood eenmaal een feit was, ontstonden er hevige geschillen over de
eigendom van deze terreinen. Deze geschillen duurden tot 1721. Toen werd
beslist dat een gedeelte staatseigendom werd en dat de rest met gebouwen de
gemeente zou toebehoren. Althans onder bepaalde condities waarvan het
Geefhuis profiteerde. Op het eerste gedeelte werden in 1741 en volgende
jaren de stallen der veldartillerie gebouwd. In 1749 liet de Regering van
's-Hertogenbosch de haar toegekende gebouwen slopen met uitzondering van het
pastoorshuis dat stond op de hoek van de Peperstraat. Het vrijgekomen
terrein deed men inrichten tot een paradeplaats waar vroeger de markt voor
werd gebruikt. Wat genoemd pastoorshuis betreft dat is in 1856 gesloopt. |
|

|
Op 26
november 1442 stichten de executeurs-testamentair van de op 19 november 1439
overleden Reinier van Arkel een gasthuis voor zinneloze. De volgende dag
leest notaris Rutger van Arkel de door hem opgemaakte stichtingsakte voor
aan de executeurs de gezamenlijke buren en de vuurmeesters van het
Hinthamereinde waar het gasthuis gevestigd zal worden. Het zinnelooshuis
|
is alleen
bedoeld voor die krankzinnigen die gevaar opleveren voor zichzelf of voor
anderen het volgend jaar (1445) geven de Bossche schepenen toestemming tot
de oprichting van dit gasthuis. De bestuurders worden verplicht ieder jaar
op vrijdag vóór Palmzondag rekening en verantwoording af te leggen in
aanwezigheid van de schepenen. Reinier van Arkel is momenteel het oudste
psychiatrisch ziekenhuis van Nederland.
Onze naamgever Reinier van Arkel was ons ver vooruit. Hij
streefde al naar inclusie en maatschappelijk meedoen. De
uitvoerders van zijn testament realiseerden zich dat
samenwerking met ‘geburen’ (de wijk) en het stadsbestuur
hiervoor voorwaardelijk waren.
Het eerste gasthuis in 1442 bood plaats aan zes ‘sinnelosen’
mensen die hun zinnen niet meer de baas waren en die men
‘van noetewegen, spannen, bynden en de sluyten moet’. Buurt
en stad werden vanaf het eerste moment betrokken op dat zij
zich zouden committeren aan de vestiging en de gezamenlijke
verantwoordelijkheid voor de zorg aan deze burgers.
Zo is Reinier van Arkel ‘door de eeuwen heen geworteld in de
stad Den Bosch en regio De Meierij vanuit onze diepe
overtuiging dat nabijheid zorg voor de ander en
maatschappelijk erbij horen en meedoen bijdragen aan
gezondheid en een betere samenleving. Mensen met een
ernstige psychische kwetsbaarheid zó ondersteunen dat zij op
een voor hen betekenisvolle wijze kunnen deelnemen aan de
maatschappij is waar we voor staan. |
|

|
Jeroen Bosch
was in de late middeleeuwen een beroemd schilder. Hij woonde en werkte in
's-Hertogenbosch. Zijn schilderijen waarschuwden dat mensen zich moesten
gedragen als goede christenen anders liep het niet goed met ze af. Hij
schilderde vaak de hel, met duivels, monsters en andere vreemde wezens.
Jeroen Bosch had een unieke schilderstijl. Zijn schilderijen zijn tot op
|
de dag van
vandaag over heel de wereld geliefd. Jeroen Bosch heette eigenlijk Jeroen
van Aken maar noemde zichzelf als schilder Jeroen Bosch. Hij woonde en
werkte zijn hele leven in ’s-Hertogenbosch. Dit was ten tijde van de
middeleeuwen een rijke stad wat niet alleen handelslieden maar ook
kunstenaars aantrok. Dankzij de rijkdom van de stad kon een schilder als
Jeroen Bosch carrière maken. Hij hield zijn atelier midden in de stad aan de
Markt. Hier maakte hij samen met zijn leerlingen zijn schilderijen. Die
schilderijen zijn ook het enige wat we van hem kennen. Over hoe zijn leven
er verder uit heeft gezien is weinig bekend. Op de schilderijen van Jeroen
Bosch nemen religieuze onderwerpen een belangrijke plaats in. Religie
speelde in die tijd een grote rol in het dagelijks leven van mensen. Jeroen
Bosch was lid van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap waarvan de leden
ook wel Zwanenbroeders werden genoemd. De broederschap was opgericht in
’s-Hertogenbosch en groeide eind vijftiende begin zestiende eeuw uit tot
een genootschap met wel 15.000 leden in heel Europa. De mensen die zijn
kunst konden betalen wilden de buitenwereld maar al te graag laten zien dat
ze gelovige christenen waren. Ze lieten schilderijen maken waarin religieuze
onderwerpen de hoofdrol speelden. Jeroen Bosch wilde aan de hand van zijn
kunst laten zien dat je als een goed christen moest leven. Anders kon het na
je dood weleens verkeerd met je aflopen en zou je in de hel belanden! Hij
schilderde zijn voorstelling van die hel. Op zijn schilderijen zie je
talloze monsters, duivels en vreemde wezens. Zijn bekendste werk is het
drieluik De tuin der lusten. Daarop is onder andere links de schepping te
zien en rechts de hel. Ook is er bovenaan een stadsbrand zichtbaar. Als kind
had Jeroen Bosch waarschijnlijk de grote stadsbrand van 1463 meegemaakt. Bij
deze brand gingen ongeveer vierhonderd Bossche huizen in vlammen op. |
|

|
In 1463
woedde in het westelijk deel van ’s-Hertogenbosch een grote brand die enorme
schade veroorzaakte. De kroniekschrijver Molius meldt de verwoesting van
4000 huizen. Dat aantal is natuurlijk overdreven maar archeologisch en
bouwhistorisch onderzoek laat wel zien dat de verwoesting groot moet zijn
geweest. Vondsten uit het klooster van de Minderbroeders getuigen van de
ramp. |
Op 13 juni
1463 brak door onvoorzichtigheid van een lakenverver brand uit in het huis
‘De Groote Ketel’ aan de Verwersstraat. Dit pand stond waar nu het voorplein
is van Het Noordbrabants Museum. Aangewakkerd door de wind breidde de brand
zich naar het noordwesten uit. Aan de Markt brandde het stadhuis
(gedeeltelijk) af ten noordwesten daarvan verwoestten de vlammen het
Minderbroederklooster en nog weer noordelijker gingen huizen langs de
Postelstraat in vlammen op. Het is goed mogelijk dat de brand zich ook nog
heeft uitgebreid naar het westen en noorden maar we hebben daarvoor geen
archeologische aanwijzingen. De historische bronnen spreken over een ramp
van ongekende omvang. Er zouden 4000 huizen afgebrand zijn de materiële
schade was enorm en veel mensen en dieren kwamen om. Ook al is het aantal
afgebrande huizen overdreven het is waarschijnlijker dat zo’n 400 huizen
zijn verwoest de ramp was voor stad en bewoners enorm. Dat blijkt uit de
maatregelen die het stadsbestuur na de brand nam. En dat de brand heel hevig
is geweest blijkt wel uit de vondsten uit het Minderbroederklooster. Bij
de opgraving van dit klooster vonden de archeologische
|
|
onderzoekers
een 30 cm dikke brandlaag met veel as en houtskool, verbrande
lei en leem, puin en huisraad. De leien van het dak waren zelfs vervormd en
samengeklit tot één klomp. Het geeft aan dat er een vuurstorm moet hebben
gewoed met temperaturen van meer dan 1000 graden Celsius! Gesmolten leien,
verkoolde balken, verbrande leem de conclusie is wel dat het hele klooster
afgebrand is. Tengevolge van de stadsbrand van juni j.l. verbiedt het stadsbestuur de
bouw van huizen met daken van riet of stro. Van de overige huizen moeten
binnen tien jaar het riet of stro vervangen worden door lei of tegels. Ter
aanmoediging wordt er een premie op gezet voor iedere roede lei 40 stuivers
en voor iedere roede tegels 24 stuivers om dit te bekostigen worden de
accijnzen op bier, wijn en mede verhoogd.
|

|
De Bossche
Barbara Disquis trad in 1497 op vijftienjarige leeftijd toe tot het
Sint-Geertruiklooster in ’s-Hertogenbosch. Ze was niet zomaar een non, ze
was
|
de buitenechtelijke dochter
van de Habsburgse keizer Maximiliaan I. De keizer zocht zijn dochter af en
toe op. Eenmaal kwam hij zelfs op bedevaart
naar ’s-Hertogenbosch. Door de enorme hoeveelheid kerken en kloosters stond
de stad
bekend als ‘Jong Rome’. Barbara Disquis
werd geboren in 1482. Haar vader was de keizer Maximiliaan I. Hij had in mei
1481 een bijeenkomst van de Orde van het Gulden Vlies in ’s-Hertogenbosch
voorgezeten. In die tijd zal hij de moeder van Barbara ontmoet hebben. Ze
was een gravin uit Duitsland, maar we weten niet hoe zij heette. Barbara
trad als tiener toe tot het Sint-Geertruiklooster in 's-Hertogenbosch. In
dit klooster verbleven veel dochters uit adellijke kringen. Veel van de
|
kloostergeschiedenis staat
beschreven in de Kroniek van het Sint-Geertruiklooster te ’s-Hertogenbosch.
Vier verhalen in dit boek gaan over Barbara Disquis. Hierin staat onder meer
beschreven dat haar vader Maximiliaan haar bezocht. In 1504 ontmoette ze ook
haar halfbroer Filips de Schone. Een van de bezoeken van Maximiliaan vond
plaats toen hij op bedevaart was in ’s-Hertogenbosch. De stad was destijds
een belangrijk bedevaartsoord. Mensen kwamen hier speciaal naartoe om het
houten Mariabeeld de Zoete Lieve Vrouw ook wel Zoete Moeder genoemd te
vereren. Zij werden pelgrims genoemd. Tijdens zijn pelgrimage schonk
Maximiliaan veel geld aan het Sint-Geertruiklooster. Giften als deze waren
een belangrijke inkomstenbron voor kloosters. Wat Barbara Disquis nog heeft
meegemaakt van deze onrust is onbekend. In 1568 overleed zij. In de beerput
van het Sint-Geertruiklooster is een beker teruggevonden waar Maximiliaan in
het midden is afgebeeld met aan beide zijden kandidaten voor zijn opvolging
in 1519. Uiteindelijk werd de strijd om de opvolging gewonnen door Barbara’s
neef Karel V. Mogelijk laat de beker zien dat Barbara op afstand hierbij
betrokken is geweest. |
|
In
het begin van de zestiende eeuw wordt herhaalde malen gevochten met
Gelre. In 1507 komt de vorst van Anholt met een leger op verzoek van
's-Hertogenbosch om het slot Poederoyen te veroveren dit slot aan de
overzijde van de Maas gelegen vormt een bedreiging van de stad. De
vorst brengt twaalf stukken grof geschut mee bijgenaamd 'de twaalf
apostelen'. Hij valt de burcht aan met hulp van Bosschenaren en
dwingt deze tot overgave.
|

|
Om de vijand flink
schrik aan te jagen wilde het stadsbestuur graag een superwapen
hebben. De smid Jan Fick uit Keulen kreeg in 1511 de opdracht om een
enorm kanon te maken dat tot in Zaltbommel kon schieten. Het werd
een indrukwekkend gevaarte van zes meter lang van gesmeed ijzer en
met een drakenkop aan de voorkant. In de loop staat de naam
gegraveerd Stuerghewalt. Dat |
klinkt als ‘stoer geweld’ maar
betekent zoiets als ‘sterke macht’. Helaas was het kanon geen
succes. De smid Jan Fick had twee jaar nodig gehad om het kanon te
maken. Daarna volgde een testfase het kanon moest ‘ingeschoten’
worden. Maar het kanon bleek helemaal niet te kunnen schieten de ene
na de andere kogel kwam er in stukken uit. Fick zag de bui al hangen
en vertrok snel weer naar Keulen. Onder druk van een rechtszaak en
het stadsbestuur van Keulen betaalde ’s-Hertogenbosch alsnog zijn
rekening. Dat was overigens pas in 1532. Het kanon is dus nooit
gebruikt in een oorlog. De strijd met Gelre werd met andere wapens
voortgezet. In 1528 sloten Habsburg en Gelre vrede. Maar de vrede
was niet van lange duur. In 1542 plunderden de Geldersen onder
leiding van de gevreesde legeraanvoerder Maarten van Rossum het
Brabantse platteland en bedreigden zelfs ’s-Hertogenbosch. Ze werden
uiteindelijk verslagen door een grote troepenmacht van keizer Karel
V. In 1543 werd opnieuw vrede gesloten nu blijvend.
In 1516 overlijdt de
schilder Jeroen Bosch in zijn geboortestad 's-Hertogenbosch. Over
het leven van deze beroemde schilder wiens werk over de hele wereld
verspreid is weinig bekend in 1480/81 komt zijn naam voor het eerst
voor in de rekeningen van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. In
1486/87 geeft hij zich op als buitenlid van deze broederschap om in
1488 gezworenlid te worden. Op 9 augustus 1516 wordt hij begraven de
begrafenis wordt betaald door de broederschap zoals gebruikelijk
voor gezworenbroeders. |
|
|
Foto's
copyright
©
bij groetenuitdenbosch.nl |
|
|