Stadswandeling

 Geschiedenis

  De Historie van 's-Hertogenbosch

  Sint-Janskathedraal

  Het beleg van 's-Hertogenbosch 1629

  De bevrijding Oktober 1944

  Oeteldonk

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen

  

       

Geschiedenis

De Historie van 's-Hertogenbosch

       

1671

In de zeventiende eeuw was ’s-Hertogenbosch een belangrijk tussenstation voor koloniale producten. In deze eeuw reisden Nederlanders de wereld over om te handelen in producten zoals suiker, koffie en tabak. Deze producten waren populair en mede daardoor duur. Ze kwamen van plantages in Azië en Amerika waar tot slaafgemaakte mensen werkten. In de Bossche haven is met

deze handel driehonderd jaar lang veel geld verdiend. De Bossche haven lag sinds de late middeleeuwen in het noordwesten van de stad. Dit was een logische plek, want hier kwamen drie rivieren bij elkaar de Dieze, de Dommel en de Aa. In de zeventiende eeuw was het hier nog steeds een komen en gaan van schepen. Op de kades laadden havenarbeiders continu scheepsruimen in en uit. Een deel van de schepen vervoerde koloniale producten als suiker, koffie of specerijen zoals peper. Deze lading had al een verre reis afgelegd. De producten waren hierdoor heel duur maar mensen wilden ze graag hebben. De Bossche haven was zo’n tussenstop. Deze haven was makkelijk te bereiken via de rivieren vanuit grote Hollandse steden zoals Rotterdam en Dordrecht. Ook liep via ’s-Hertogenbosch een van de snelste en goedkoopste routes over de weg naar andere grote Europese steden bijvoorbeeld Aken en Luik. Dit maakte de Bossche haven populair bij handelaren in koloniale producten. In de negentiende eeuw liep de handel nog verder terug. In Nederland kwamen er nieuwe handelsroutes die sneller en goedkoper waren zoals over de nieuwe Zuid-Willemsvaart. Schepen hoefden niet langer in 's-Hertogenbosch over te laden. De aanleg van nieuwe verharde wegen zorgde er ook voor dat de positie van de stad als handelsmiddelpunt verzwakte.

     

Oogluikend wordt het uitoefenen van de katholieke godsdienst soms toegestaan maar in 1693 worden de gezamenlijke parochies St, Jan St Pieter en

St, Cathrïen uit hun schuilkerk op de Mariënburg verjaagd zodat zij verspreid over de stad schuilkerken gaan inrichten.

        

1711

In de zomer van 1737 verhuisde de 25-jarige Cornelis van Lanschot samen met zijn vrouw naar ’s-Hertogenbosch. De stad bood hem de kans om veel geld te verdienen met

de handel in koloniale producten. Cornelis werd toegelaten als poorter en lid van het gilde voor kooplieden. Hiermee kreeg de jonge koopman speciale rechten. Het was het begin van de rijke en machtige familie Van Lanschot. Cornelis van Lanschot trouwde in 1737 met de dochter van een rijke koopman uit Venlo Henrica Henrici. Meteen na de bruiloft verhuisde het jonge echtpaar vanuit Loon op Zand naar ’s-Hertogenbosch. Cornelis wilde graag een Bossche poorter worden een inwoner van de stad met burgerrecht. Voor poorters golden speciale regels en voordelen. Hij moest daarvoor wel een eed afleggen en een grote som geld betalen. De rijkdom van Henrica’s familie kwam daarbij goed van pas. Als poorter mocht Cornelis lid worden van het gilde voor kooplieden. Zo bevond hij zich in het middelpunt van de Bossche handelskringen. Met het geld dat hij had verdiend kocht Cornelis in 1744 het huis De Gulden Ketel aan de Bossche markt. Op de begane grond opende hij een winkel gespecialiseerd in koloniale producten. Hij kocht ook andere huizen en stukken land. Zijn handelshuis aan de Markt breidde hij flink uit. De macht van Cornelis was heel groot maar toch was er een probleem hij was katholiek. Volgens de wet mochten katholieken geen overheidsfuncties bekleden. Zij hadden dus wel

economische macht maar niets te zeggen in het bestuur van de stad. Op 55-jarige leeftijd gaf Cornelis zijn bedrijf door aan zijn “lieve jonge” Godefridus. Deze zoon zette het familiebedrijf succesvol voort. Hij wilde als katholiek toch deel uitmaken van het stadsbestuur. Daarom sloot hij zich in 1785 samen met zijn 17-jarige zoon Franciscus aan bij de patriotten. Zij kwamen in opstand tegen de stadhouder Willem V en eisten meer inspraak. Ook zetten de patriotten zich in voor meer godsdienstvrijheid. De spanningen in ’s-Hertogenbosch tussen voor- en tegenstanders van deze ideeën liepen hoog op. Hier kreeg de familie Van Lanschot ook mee te maken. Zowel hun huis als hun bedrijfspanden werden in 1787 geplunderd. Uiteindelijk kwam er toch vrijheid van godsdienst. In 1796 stelde een nieuw democratisch gekozen parlement alle godsdiensten gelijk voor de wet. Cornelis maakte het niet meer mee dat zijn kleinzoon Franciscus als eerste Van Lanschot deel uitmaakte van het stadsbestuur. Rond 1800 was Van Lanschot het belangrijkste handelshuis van ’s-Hertogenbosch. De familie hoorde bij de vijf rijkste families van de stad. De handel in koloniale producten leverde alleen steeds minder geld op. Daarom besloten de Van Lanschots om zich meer te richten op de handel in geld. In 1881 werden ze officieel bankiers. Nog tientallen jaren daarna hoorde de familie Van Lanschot bij de top van Noord-Brabant. Inmiddels heeft de familie zich helemaal teruggetrokken uit het bedrijf. De bank Van Lanschot bestaat nog steeds met verschillende opvallende kantoren in 's-Hertogenbosch.

     

In 1744 woedt een grote brand in de stad definitief tracht men nu een einde te maken aan het handhaven van panden met houten gevels beslist wordt dat er flinke boetes gegeven zullen worden aan eigenaars van panden met een houten gevel die men herstelt ook de bij de herstelling van houten gevels betrokken werklieden worden beboet.

            

1787

In 1787 stonden in ’s-Hertogenbosch twee groepen tegenover elkaar de patriotten en de Oranjegezinde. De patriotten wilden de stadhouder Willem V weg hebben en meer invloed voor burgers. De Oranjegezinde wilden juist dat het bleef zoals het was. In 1787 trokken Oranjegezinde militairen en Bosschenaren al plunderend door ’s-Hertogenbosch. In de loop van de achttiende eeuw ging

het minder goed met de Republiek der Verenigde Nederlanden. Slechts een kleine groep burgers had rijkdom en macht andere burgers werden juist steeds armer. Daarbij voerde de Republiek verschillende dure oorlogen met Frankrijk en Engeland maar dat leverde alleen verlies op. Een groep burgers wilde hier verandering in brengen. Zij werden ‘patriotten’ genoemd. Deze patriotten gaven stadhouder Willem V de prins van Oranje de schuld dat het zo slecht ging. Daarbij wilden ze dat gewone burgers meer invloed op het bestuur zouden krijgen. Deze behoefte aan meer democratie en zeggenschap zag je in meer landen terug. Het streven naar revolutie en onafhankelijkheid in Frankrijk en de Verenigde Staten was voor de patriotten een voorbeeld. Een andere groep burgers bleef juist achter de stadhouder staan. Zij werden ‘Oranjegezinden’ genoemd. Veel burgers in ’s-Hertogenbosch waren juist patriot en de patriotten gingen zich steeds beter organiseren. Zo kwamen soldaten en burgers tegenover elkaar te staan. Dat leidde na 1780 regelmatig tot relletjes. Bosschenaren gooiden met stenen de soldaten sloegen ruiten in. Om de rust zo veel mogelijk te bewaren kregen de soldaten het bevel om in de kazerne te blijven. In november 1787 kwam het tot een uitbarsting. Er was net een nieuw bataljon in de stad aangekomen. Zij pikten het getreiter van de burgers niet en wilden niet in hun kazerne blijven zitten. Ze kwamen in opstand wat ook wel muiten wordt genoemd. Op de avond van 8 november trokken de soldaten de kazerne uit liepen gewapend de straten door en vielen vele huizen binnen. Eerst plunderden ze de huizen van bekende patriotten. Daarna volgden die van willekeurige Bosschenaren. Ook de volgende avond werden er weer huizen binnengevallen. Een groep Oranjegezinde Bosschenaren sloot zich bij de soldaten aan. In totaal werden bijna negenhonderd huizen geplunderd. Het opstandige garnizoen werd snel vervangen door andere militairen. De rust keerde voorlopig terug. Het stadsbestuur riep op om alle gestolen voorwerpen weer in te leveren. Er werden lijsten gemaakt en iedereen kon komen kijken of zijn eigendommen erbij waren. De plunderaars werden gestraft enkelen van hen kregen zelfs de doodstraf.

            

1794

Op 22 september 1794 werd 's-Hertogenbosch door het Franse leger ingesloten en werd bestookt door een houwitser die bij Klein Deuteren was opgesteld ongeveer 1500 meter vóór de St.-Janspoort. Bij een verkenningstocht vanuit Berlicum van de eerder naar Frankrijk gevluchte patriot Herman Willem Daendels ontdekte deze generaal dat de schans bij Orthen slechts door enkele soldaten

werd bemand. Door de komst van de Franse soldaten namen de paar soldaten direct de wijk naar de stad. De dag erop richtte Daendels zijn aandacht op fort Crevecoeur en het fort gaf zich na de beschietingen op 26 september over. Door de verovering kreeg men de beschikking over de sluizen. Die werden hierop opengezet zodat het water wegvloeide uit de inundaties zodat de loopgraven gegraven konden worden en de stad verder ingesloten kon worden. De stad werd vervolgens door Franse kanonnen gebombardeerd. De burgers van de stad begonnen langzaamaan de moed te verliezen en drongen aan op capitulatie. Op 9 oktober werden de onderhandelingen geopend en 's avonds kwam men tot een akkoord. Drie dagen later op 12 oktober vond de aftocht van het garnizoen plaats. Enkele maanden na het beleg was de stad het hoofdkwartier van Pichegru en Daendels. Het stadsbestuur van 's-Hertogenbosch bleef tot 22 oktober aan totdat het vervangen werd door een patriottistisch bestuur waar ook katholieken deel van uitmaakten. In die maand werd ook de vrijheidsboom in de stad geplant en werden er beeltenissen rondgedragen van vrijheidshelden uit de staatsgezinde traditie zoals de Johan en Cornelis de Witt en Van Oldenbarnevelt. De leus van de Bossche revolutie was "vryheid, Evengelykheid,

Eenheid en Zusterschap". Op 28 oktober trok het Franse leger de bevroren Maas over om in de maanden daarop zijn gezag in de rest van de Republiek te vestigen. De Franse aanwezigheid in de stad zou aanhouden tot de Pruisen in 1813 de Fransen de stad uit jaagden.

         

1798

's-Hertogenbosch wilde graag de hoofdstad worden van het nieuwe Brabant. Maar ook andere steden hadden interesse zoals Breda en Tilburg. Voordat de strijd om de titel kon losbarsten werd Brabant van hogerhand in tweeën gedeeld. ’s-Hertogenbosch werd in 1798 de hoofdstad van het oostelijke deel. Onder leiding van de Brabander Pieter Vreede kwam in 1798 de eerste

Nederlandse grondwet tot stand. Nederland werd een democratische eenheid met scheiding van kerk en staat. Voorrechten zoals de Bossche

stadsrechten werden afgeschaft. 's-Hertogenbosch werd officieel benoemd tot hoofdstad van de provincie Noord-Brabant in het jaar 1815.Na de Franse tijd werd Nederland opnieuw ingedeeld en ontstonden de provincies zoals we die vandaag kennen. En werd gekozen als hoofdstad van Noord-Brabant vanwege zijn strategische ligging historische betekenis en economische welvaart. Sindsdien is 's-Hertogenbosch het bestuurlijke en culturele centrum van de provincie geworden.

         

1810

Op 3 februari 1810 trekken Franse troepen de stad binnen en kondigen de staat van beleg af. Op 16 maart tekent koning Lodewijk de akte waarbij hij afstand doet van het

gebied ten zuiden van de Waal ten gunste van Frankrijk. Tijdens een bezoek aan de stad belooft Napoleon de Sint-Jan aan de katholieken terug te geven een katholieke deputatie heeft hem hierom gevraagd. Het antwoord van de keizer luidt 'Vous aurez la grande ,église et un évêque aussi'. Dat is niet de bedoeling de Bosschenaren willen geen door de keizer benoemde maar niet door de paus erkende bisschop. Liever heeft men zelfs geen Sint-Jan dan een schisrnatieke bisschop ondanks dit 'misverstand' komt de Sint-Jan in katholieke handen. De toren van de Sint-Jan wordt eigendom van de gemeente 's-Hertogenbosch en de hervormden krijgen een schadeloosstelling uitbetaald die hen mede in staat zal stellen een eigen kerk in de Kerkstraat te laten bouwen. Omdat Napoleon voor zijn snelle troepenverplaatsingen weinig obstakels kan gebruiken wordt in 1813 de Leuvense Poort (Gevangenpoort de voormalige Hinthamerpoort) grotendeels

afgebroken. De Poort ligt in de Hinthamerstraat die een onderdeel vormt van de verbindingsweg Breda–Nijmegen het is de laatste stadspoort van de eerste omwalling. De Antwerpse Poort (voorin de Vughterstraat) was reeds in de veertiende eeuw afgebroken en de Brusselse Poort (in de Orthenstraat) omstreeks 1800.

            

1822

Met de hand, schop en kruiwagen werd tussen 1822 en 1826 de Zuid-Willemsvaart gegraven. Dit kanaal ligt tussen ’s-Hertogenbosch en Maastricht. Dankzij het kanaal konden schepen het hele jaar sneller op en neer varen tussen Holland en het industriegebied van Luik in België. De aanleg van het kanaal was het begin van de industrialisering in ’s-Hertogenbosch. De Zuid-

Willemsvaart is vernoemd naar koning Willem I. Hij werd in 1815 de eerste koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Nederland was samengevoegd met het huidige België en de koning wilde goede verbindingen tussen het noorden en zuiden aanleggen om de handel te verbeteren. Daarom liet hij kanalen graven, want veel goederen werden met schepen vervoerd. Dit leverde hem de bijnamen op van ‘Koning-Koopman’ en ‘Kanalenkoning’. De verbetering van de routes over land en water was zeker nodig. Landroutes waren oncomfortabel en vaarroutes over rivieren waren niet altijd bevaarbaar. Een regenrivier als de Maas bijvoorbeeld was in de zomermaanden haast niet te gebruiken. Er waren ook militaire redenen om de Zuid-Willemsvaart aan te leggen. Het nieuwe kanaal maakte het mogelijk om in geval van oorlog de omgeving van ’s-Hertogenbosch een belangrijke vestingstad het hele jaar door onder water te zetten met een sluis. De stad zelf bleef daarbij watervrij. Het nieuwe kanaal zorgde voor een betere bereikbaarheid van ’s-Hertogenbosch via het water maar er was ook een nadeel. Vóór de aanleg van het kanaal was de Bossche haven een belangrijke overslagplaats van goederen. Scheepsladingen werden hier overgeladen op karren die via de wegen richting het zuiden trokken. Maar na de aanleg van de Zuid-Willemsvaart konden de schepen voortaan doorvaren waardoor de stad minder belangrijk werd als overslaghaven. Er was zelfs nog even sprake van dat het kanaal helemaal niet door de stad zou lopen. Koning Willem I was er eerst op tegen dat het kanaal dwars door de Bossche vesting werd aangelegd. Het zou buiten de stad moeten lopen zodat de verdedigingswallen konden blijven liggen. Dat maakte bovendien ook nog eens de aanleg goedkoper. Natuurlijk was dit een slecht plan voor de handel en werkgelegenheid van ’s-Hertogenbosch. Op aandringen van het Bossche stadsbestuur kwam het kanaal toch binnen de stad te liggen. De koning nam dat besluit in 1825 toen de Zuid-Willemsvaart al bijna klaar was. Omdat dit een duurdere oplossing was moest de stad zelf meebetalen. ’s-Hertogenbosch werd met de komst van het kanaal minder belangrijk als overslaghaven maar de schepen bleven nu in elk geval wel de stad in varen. De aanleg van de Zuid-Willemsvaart zorgde voor veel veranderingen in ’s-Hertogenbosch. Een deel van de vestingwerken werd aangepast straten werden ingekort en aan beide kanten van het kanaal kwamen kades en nieuwe straten. De afgegraven grond werd naast de waterweg gegooid en op die opgehoogde stukken kwamen later nieuwe gebouwen te staan. In de eerste helft van de negentiende eeuw waren de meeste werkplaatsen nog in woningen ondergebracht. Er waren maar een paar kleine fabrieksgebouwen. Maar in de jaren na de aanleg van de Zuid-Willemsvaart kwamen er steeds meer fabrieken en scheepswerven in het gebied langs het kanaal. Ook werden in dit deel van de stad nieuwe woningen gebouwd voor de groeiende groep arbeiders. De middeleeuwse panden aan de hoofdstraten werden verbouwd tot winkels met hoge ramen en etalages. Ook de rest van ’s-Hertogenbosch begon steeds meer van uiterlijk te veranderen. De stad werd steeds moderner. Door de komst van de Zuid-Willemsvaart veranderde ’s-Hertogenbosch langzaam van overslagplaats in industriestad. Dat de Zuid-Willemsvaart dwars door ’s-Hertogenbosch was gegraven had zijn beperkingen voor bijvoorbeeld het verkeer. De brug stond regelmatig open. Schepen werden groter maar het kanaal bleef zoals het was. In 2014 werd daarom rondom de stad het nieuwe Maximakanaal geopend. Dit kanaal is breder en dieper zodat er grotere schepen door kunnen varen. De Zuid-Willemsvaart is inmiddels omgedoopt tot het Zuid-Willemspark een plek voor pleziervaart en recreatie midden in de Bossche binnenstad.

            

home

Vorige12345789Volgende

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl