|

|
|
Geschiedenis
De Historie van
's-Hertogenbosch
|
|

|
Boodschappen doen bij
een winkel van De
Gruyter, dat was na de
Tweede Wereldoorlog voor
veel Nederlanders heel
gewoon. De Gruyter had
zelfs meer winkels in
Nederland dan Albert
Heijn. Door slimme
reclameacties zoals het
‘snoepje van de week’
trok het Bossche
familiebedrijf veel
klanten. Alles wat in de
winkels te koop was werd
gemaakt in grote
fabrieken in
's-Hertogenbosch. Het
|
allereerste
magazijn met winkel van
Piet de Gruijter opende in 1818 in ’s-Hertogenbosch. Hij verkocht hier
granen, zaden, kippenvoer, meel en rijst. De verkoop liep zo goed dat Piet
snel ging uitbreiden. Piets kleinzoon Jacques opende in 1896 de eerste
winkel buiten ’s-Hertogenbosch in Utrecht. Van zijn grootvader had hij
geleerd om de producten die de winkels verkochten zo veel mogelijk zelf te
maken. Jacques broer Lambert bouwde in 1904 een grote fabriek midden in
’s-Hertogenbosch. Al snel kreeg de fabriek de bijnaam Het Gele Monster omdat
het grote gebouw met opvallende gele stenen was gebouwd. Na de Tweede
Wereldoorlog groeide de
welvaart in Nederland.
Dit betekende dat de
bevolking steeds meer
geld te besteden had. De
Gruyter bedacht slimme
reclameacties om de
mensen naar de winkels
te lokken. Het grootste
succes was het ‘snoepje
van de week’ bij iedere
vijf gulden aan
boodschappen kreeg de
klant voor tien cent een
zakje zuurtjes, toffees,
chocola of pepermuntjes.
Vanaf 1949 draaide de
suikerafdeling in de
fabriek overuren. Later
veranderde het snoepje
van de week in een
kinderverrassing zoals
een spelletje of een
tekening. Vanuit Amerika
kwam in de jaren 1950
een nieuwe trend naar
Nederland: de
supermarkt. Supermarkten
waren grote winkels waar
je heel veel
verschillende producten
kon kopen, van verse
groente tot
schoonmaakmiddel.
Bovendien mocht je er
zelf de producten uit de
schappen pakken. De
Gruyter was al aan het
experimenteren met
zelfbedieningswinkels
maar worstelde daarmee.
Het bedrijf kon
daarnaast onmogelijk
grote supermarkten
vullen met alleen maar
zelfgemaakte producten
uit de Bossche
fabrieken. Concurrent
Albert Heijn gooide wel
het roer om. Zij kozen
ervoor om hun winkels te
veranderen in grote
supermarkten. Een slimme
zet want de klanten
verkozen de supermarkt
boven kleine winkels
zoals die van De
Gruyter. Het produceren
van eigen
|
producten door
De Gruyter werd ook
steeds duurder en dat
maakte andere goedkopere
winkels aantrekkelijker
voor de klanten. In 1971
werd besloten om het
familiebedrijf te
verkopen. Nog geen tien
jaar later waren alle
winkels en fabrieken van
De Gruyter voorgoed
gesloten.
|

|
Ruim dertigduizend
toeschouwers juichten op
8 september 1951
luidkeels vanaf de
tribunes in stadion De
Vliert. De Olympisch
kampioen atletiek Fanny
Blankers-Koen opende
|
het
splinternieuwe Bossche stadion door als eerste het
veld te betreden. Hier konden de Bosschenaren voortaan genieten van allerlei
soorten topsport. Rondom de tribunes was bovendien een groot park met velden
aangelegd waar iedere Bosschenaar zelf kon sporten. In 1948 stond heel
’s-Hertogenbosch op zijn kop. De Bossche Voetbal Vereniging (BVV) had Ajax
verslagen met 5-2 en was landskampioen geworden. Op diezelfde dag won
Bosschenaar Gerrit Schulte ook nog het Nederlands kampioenschap wielrennen.
Het stadsbestuur krabde zich die dag wel achter de oren. De succesvolle
voetbalclub had namelijk niet eens een eigen stadion in de stad. Sterker nog
BVV trainde en voetbalde in het nabijgelegen dorp Vught. Daar moest
verandering in komen. Drie jaar na het behalen van de landstitel konden de
Bossche voetballers eindelijk terecht in hun eigen stad. Op 8 september 1951
opende het gloednieuwe sportstadion
De Vliert vernoemd naar
de wijk waar het complex
is gebouwd. In het
hypermoderne stadion was
plek voor ruim
dertigduizend
toeschouwers. In
Nederland waren alleen
het Amsterdamse
Olympisch Stadion en de
Rotterdamse Kuip groter.
In het
|
|
nieuwe stadion was rond
het voetbalveld ook een
atletiekbaan aangelegd.
Buiten het stadion lag
nog een heel park met sportterreinen zoals hockeyvelden en tennisbanen. In
de jaren '70 werd de lange zijde tegenover de eretribune overdekt en niet
veel later verschenen er rode en blauwe kuipstoeltjes op de populaire vakken
M en N. Het is eenieder nog altijd een raadsel waarom destijds is gekozen
voor die kleuren en de tekst FCDB die op de tribune verscheen. In 1996 werd
het inmiddels sterk verouderde stadion grotendeels tegen de vlakte gewerkt
en kon er een begin gemaakt worden met de herbouw. Het veld werd een tiental
meters opgeschoven richting de Vlierttribune (M-Side) en er herrees een
nieuwe hoofdtribune. Vanwege financiële beperkingen bleef het daarbij en in
1997 werd het 'nieuwe stadion' geopend. In november 2000 werden serieuze
plannen gemaakt om ook aan de noord- en zuidkant van het stadion tribunes te
bouwen. Het zou desondanks nog tot de zomer van 2002 duren voordat er werd
gestart met de bouw daarvan. Een jaar later was men gereed met beide
tribunes en de opvallende kantoorruimtes die in alle hoeken waren gebouwd.
Voor het seizoen 2003/2004 werd het nu écht nieuwe stadion in gebruik
genomen. De capaciteit was door de verbouwingen naar 8.500 toeschouwers
gestegen. De
Vliert was niet alleen gebouwd voor topsport maar zeker ook om het
verenigingsleven na de oorlog aan te moedigen. Het is de Bossche voetballers
sinds 1948 niet meer gelukt om opnieuw landskampioen te worden. Uit BVV is
in 1967 de betaalvoetbalclub FC Den Bosch voortgekomen die voornamelijk in
de eerste divisie speelt. Met andere sporten hebben de Bosschenaren grotere
successen behaald zoals met (ijs)hockey en basketbal.
|
|

|
Het bakstenen hoekpand
met het markante
torentje springt
onmiddellijk in het oog.
De bouwstijl is met geen
enkel ander pand aan de
Markt te vergelijken. De
Moriaan staat bekend als
het oudste bakstenen
huis van
’s-Hertogenbosch. Een
bijzonder pand dat het
waard is om behouden te
blijven voor het
nageslacht. En toch had
het in de jaren 1950
maar een haartje
gescheeld of er had nu
|
iets heel anders
gestaan… Oude kronieken vermelden dat het grote zaalhuis al in het begin van
de 13e eeuw werd gebouwd in opdracht van de hertog of van de stad. Leden van
de machtige en rijke familie Coptiten waren de eerste bewoners. Daarna kende
De Moriaan een bonte stoet gebruikers van divers pluimage. De gemeente koopt
in 1959 de panden weer terug van Grobouma tegen hetzelfde bedrag als
waarvoor ze het destijds aan hen verkochten. Inmiddels verschijnen in
allerlei regionale en landelijke kranten berichten die de sloop van De
Moriaan ernstig ter discussie stellen. Vanuit de samenleving komt veel
protest. Toch houdt het college vast aan het idee om De Moriaan te slopen
omdat het pand sterk verwaarloosd is en er bovendien weinig origineels meer
aan te ontdekken zou zijn. In datzelfde jaar ontvangt de gemeente echter een
brief van de Rijkscommissie voor Monumentenzorg. Die geeft aan dat De
Moriaan niet mag worden gesloopt omdat restauratie heel goed mogelijk is.
Bovendien is volgens de commissie De Moriaan het oudste bakstenen huis van
Nederland! Op 19 juli 1960 gaat de gemeenteraad akkoord met de restauratie
van De Moriaan al zijn de meningen wel wat verdeeld. De restauratie is in
1966 voltooid. De vorige gebruikers zijn naar tevredenheid verplaatst.
Onderin de kelder is een bierkelder gevestigd de winkelruimte wordt in
gebruik genomen door de VVV. Toch zijn de meningen over de restauratie
verdeeld. Critici menen dat het gebouw te drastisch is aangepakt. Anderen
zijn juist weer zeer tevreden met het resultaat. Aan de binnenkant zijn
immers nog veel authentieke elementen te zien zoals muren, balken en
dakjukken uit de 13e en 14e eeuw. |
|

|
In 1964 werd er een
honderd miljoen gulden
kostend structuurplan
over de herinrichting
van de Bossche
binnenstad nog zonder
hoofdelijke stemming
door de raad aangenomen.
Het plan voorzag in een
vierbaans
binnenstadsring voor het
autoverkeer de
aantasting van 66
straten en stegen en de
sloop van maar liefst
5800 meter straatwand in
de binnenstad.
De binnenstad voorbereid |
zal mee
moeten gaan in de vaart der volkeren. De Binnendieze wordt gedempt er
overheen worden nieuwe wegen dwars door de stad aangelegd opdat iedereen zo
snel mogelijk het stadscentrum kan bereiken andere doorbraken zullen
eveneens plaats moeten vinden. Ongeveer tegelijkertijd
schrijft de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
een brief waarin hij meedeelt dat er 623 Bossche panden in de
monumentenlijst geplaatst dienen te worden. Het Bossche College van B&W
vindt echter dat er slechts 106 monumenten in onze stad aanwezig zijn
waarvan er bovendien 18 afgebroken moeten worden in het kader van het
genoemde structuurplan Burgemeester en Wethouder stellen de gemeenteraad
voor 88 panden als monument te kwalificeren. De heren Bergé en van der
Eerden die hun strijd tegen het Structuurplan 1964 vanaf 1966 in de
gemeenteraad hebben uitgevochten middels 'Beter Bestuur' en 'Den Bosch
2000' vinden in 1971 dat dit plan voorgoed van de baan is en stappen uit de
politiek. |
|

|
Met de komst van de
Turkse en Marokkaanse
gastarbeiders kwam ook
hun religie, de islam,
mee naar
’s-Hertogenbosch. In de
stad was geen moskee dus
de mannen gingen zelf op
zoek naar plekken waar
ze samen konden komen.
De Marokkaanse moslims
kraakten rond 1975 een
gebouw aan de
Citadellaan. Ze zamelden
geld in om het gebouw op
te knappen en begonnen
hier de eerste
|
moskee van
’s-Hertogenbosch. Ook was er een winkel voor Marokkaanse producten. In de
oude sigarenfabriek Willem II
werd in 1982 een tweede
moskee geopend, door en
voor Turkse moslims. In
de jaren zeventig en
tachtig groeide het
aantal moslims in
’s-Hertogenbosch snel
want de gastarbeiders
mochten hier blijven
wonen en ook hun gezin
naar Nederland halen. De
moskeeën kregen hierdoor
al gauw met problemen te
maken. In de Marokkaanse
moskee was de
gebedsruimte te klein en
bij de Turkse moskee
waren te weinig
parkeerplekken. De
Turkse moslims
verplaatsen hun moskee
naar een oude school in
de Schutskamp. De
Marokkaanse moslims
hadden een groter plan:
zij wilden zelf een hele
nieuwe moskee bouwen die
er aan de buitenkant ook
echt uitzag als een
moskee met koepels en
minaretten. Samen met de
gemeente zocht de
gemeenschap naar een
geschikte plek die
centraal genoeg was voor
alle moslims in de
omgeving. Deze plek
vonden ze in de
Vogelstraat maar de
grond en de bouw van de
moskee moesten ze
helemaal zelf betalen.
Er werd jarenlang geld
ingezameld. Iedereen die
iets kon missen droeg
iets bij. Mannen
bijvoorbeeld een deel
van hun salaris en
vrouwen hun sieraden
want iets geven aan je
naasten is een
belangrijk onderdeel van
moslim zijn. In 1997 was
het eindelijk zover, de
grote nieuwe moskee aan
de Vogelstraat met de
naam Arrahma (Arabisch
voor ‘barmhartigheid’)
werd geopend. Hier
konden vanaf toen maar
liefst zevenhonderd
moslims tegelijk bidden.
De Bossche moslims
kunnen tegenwoordig
kiezen uit verschillende
moskeeën. Ook de Turkse
moslims hebben inmiddels
een eigen moskee met
minaret gebouwd aan de
Zandveldstraat. Nog
steeds zijn de moskeeën
meer dan alleen maar
plekken om te bidden. In
de religieuze gebouwen
organiseren de moslims
culturele activiteiten
en delen ze de normen en
waarden van de islam met
nieuwe generaties
moslims.
|
|

|
In 1984 verhuisden
tientallen Bosschenaren
naar een huis in de vorm
van een bol. De Bossche
bolwoningen waren een
experiment. Na meer dan
zestig experimenten met
woningen realiseerde
’s-Hertogenbosch in 1984
het laatste experiment.
Kunstenaar en architect
Dries Kreijkamp kwam met
het idee om huizen te
bouwen in de vorm van
een bol. De ontwerper
vond de bol de meest
|
ideale en oervorm
om in te wonen. Door de ronde vorm zouden deze huizen ook energiezuiniger
zijn dan normale woningen. Voor de bouw gebruikte Kreijkamp de modernste
materialen en technieken. Daardoor konden er snel en goedkoop veel
bolwoningen tegelijkertijd gemaakt worden. Toch werd de bouw steeds
uitgesteld. Wilden mensen wel in bollen wonen? En konden de woningen wel op
een goede manier worden gebouwd? Dankzij het doorzettingsvermogen van de
Bossche wethouder Volkshuisvesting Ton Lensen kwamen de bollen er in 1984
toch. Vijftig bolwoningen verrezen op een veld in Maaspoort de
uitbreidingswijk die de Bosschenaren bouwden tussen de stad en de Maas. In
de bolwoningen is plek voor één of twee bewoners. Door de ronde muren en de
kleine ruimtes is het inrichten een uitdaging. Je kan niet zomaar iets
ophangen of een kast tegen de muur zetten. Bewoners wonen wel midden in het
groen en kijken uit op het water. En, het is een kans om in een vrijstaande
woning te wonen voor lagere huurprijs.
|
|
Wonen in een bol blijkt
bovendien iets unieks
waardoor de woningen
vanaf het begin erg
geliefd zijn.
’s-Hertogenbosch is nog altijd de enige plek ter wereld waar bolwoningen
staan. Het bouwen van een bolwoning toch te ingewikkeld en duur. Daarom zijn
er geen nieuwe bolwoningen meer gebouwd. De unieke huisjes hebben wel veel
media-aandacht gekregen en staan zelfs op de monumentenlijst.
|

|
Halverwege de twintigste
eeuw was de Binnendieze
een vervallen stinkende
sloot vol ongedierte.
Rond 1960 maakte de
gemeente een plan om de
stad te |
moderniseren
en de Binnendieze te
dempen. Dat ging niet helemaal door. In 1985 toen de stad 800 jaar bestond,
begon de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch met rondvaarten over de
Binnendieze. Het riviertje de Dieze stroomde in de middeleeuwen al door
’s-Hertogenbosch. Het water dat door de binnenstad liep kreeg de naam
Binnendieze. Langs het water legden de Bosschenaren kademuren aan, en ze
bouwden er bruggen en zogeheten overkluizingen overheen. Op de
overkluizenden konden huizen worden gebouwd. Dat was nodig omdat er binnen
de stadsmuren maar weinig plaats was om woningen te bouwen. In 1964 wilde de
gemeenteraad de Bossche binnenstad aanpakken. Er moest een moderne stad
ontstaan met genoeg ruimte voor het groeiende autoverkeer. De gemeente kwam
met een plan. Een groot aantal oude huizen en monumentale panden zou
gesloopt moeten worden. Ook de Binnendieze zou plaats moeten maken voor
autowegen.
Op de bodem moesten
rioolbuizen gelegd
worden en daarna zou het
riviertje gedempt
worden. Als eerste moest
de oude Pijp eraan
geloven. Deze wijk
|
in het centrum van de stad met eeuwenoude huisjes die overigens in
slechte staat verkeerden verdween onder de slopershamer. Langzamerhand kwam
er meer aandacht voor de bescherming van historisch erfgoed en in 1975 werd
een lijst van Bossche monumenten opgesteld. De rijksoverheid besloot dat de
Bossche binnenstad beschermd moest worden. Er kwam geld beschikbaar om
restauratiewerkzaamheden uit te voeren. De Moriaan bleef behouden en de
historische Binnendieze werd hersteld. De restauratie kostte vele miljoenen.
Het was het grootste langdurigste en kostbaarste waterbouwkundig
restauratiewerk van Nederland. In 1998 was de restauratie voltooid.
Tegenwoordig is het waternetwerk een historische trekpleister voor zowel
Bosschenaren als toeristen. In tegenstelling tot veel andere steden waar de
grachten vaak voor de huizen langs lopen stroomt de Binnendieze achter de
huizen langs. En omdat in de middeleeuwen huizen over het water heen zijn
gebouwd vaar je gedeeltelijk onder huizen en straten door. Daardoor zijn er
veel mooie doorkijkjes.
|
|

|
In 1995 hield Nederland
zijn adem in. Het water
in de rivieren was zo
hoog komen te staan dat
de dijken in het
rivierengebied elk
moment konden breken.
Een kwart miljoen mensen
moesten hun huis
verlaten tijdens een van
de grootste evacuaties
in de Nederlandse
geschiedenis. In
’s-Hertogenbosch begaf
een van de dijken het.
Het Bossche Broek en de
A2 kwamen onder water te
|
staan. In 1994
beleefde Nederland een zeer natte decembermaand. Het water in de rivieren
steeg enorm. Grote stukken van het Maasdal in Zuidoost-Nederland waren al
onder water gelopen. Ook in ’s-Hertogenbosch waren alle ogen op het
stijgende water gericht. De Dommel en de Aa hadden moeite om het water
binnen hun oevers te houden. Toen het ook in januari veel bleef regenen,
vreesden Bosschenaren het ergste. Op 30 januari 1995 ging het mis. Om half
acht ’s avonds brak er ter hoogte van Chalet Royal een dijk van de Dommel
door. Het water gutste met veel geweld door het gat in de dijk. Al snel
stond het hele natuurgebied Bossche Broek onder water. De snelweg kwam voor
een groot deel onder water te staan. Plotseling leek ’s-Hertogenbosch aan
een groot meer te liggen. Omdat ’s-Hertogenbosch veilig en hoog op een
zandrug ligt viel de schade aan de stad zelf gelukkig mee. Er liepen vooral
veel kelders onder water. Ook rondom de stad werden ongelukken voorkomen
onder meer doordat de politie de snelweg uit voorzorg had afgezet.
Ondertussen waren brandweermannen en mensen van Rijkswaterstaat druk in de
weer in het Bossche Broek. Met roeibootjes probeerden ze zo veel mogelijk
dieren als reeën, konijnen en fazanten uit het water te redden. Na twee
natte weken zakte het waterpeil weer naar een normaal niveau. Het Bossche
Broek kwam weer droog te liggen en ook de A2 kon weer open. Het gat in de
dijk werd gedicht met grote betonnen platen. Wel bleef er een permanente
herinnering achter. Toen het water met grote kracht door de dijk brak,
vormde zich een ronde diepe plas. Dit soort diepe plassen die bij
dijkdoorbraken ontstaan noemen we wielen. Het wiel bij het Bossche Broek is
tot nu toe het jongste wiel van Nederland. In ’s-Hertogenbosch vormt het
Bossche Broek tegenwoordig zo’n waterbergingsgebied. Dit is sinds 1995
mogelijk door de aanleg van hoge dijken langs de A2. Wanneer er te veel
water door de Dommel stroomt wordt een deel van dit water naar het Bossche
Broek geleid. Het water wordt daar vastgehouden totdat het waterpeil in de
Dommel weer lager is. Vervolgens wordt het water teruggepompt de Dommel in. |
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Canon van 's-Hertogenbosch
Erfgoed 's-Hertogenbosch
Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch
Brabants Erfgoed
Bossche Encyclopedie
Wikipedia |
|
|
Foto's
copyright
©
bij groetenuitdenbosch.nl |
|
|