005. Arnoldus

8e - 9e eeuw
pelgrim, belijder

          

        

Beeldbeschrijving: pelgrim die met zijn opgeheven rechterhand aan ring toont met de linkerhand houdt hij een harp tegen zich aan. Aan zijn gordel hangt een dolk. Naast zijn linkervoet ligt een vis die een ring om de nek heeft.

    
Arnoldus een griek van geboorte was harpspeler aan het hof van Karel de Grote. Toen Arnoldus met het hof te Ginneswilre vertoefde dat later naar hem Arnoldsweiler / Arnsweiler genoemd zou worden kreeg hij van de keizer op zijn verzoek een groot stuk bos - het Bürgerwald - waarvan hij de opbrengst onder de armen verdeelde. Op bedevaart naar Santiago da Compostella schonk Arnold eens een aalmoes aan een arme vrouw met een vis. De vis spuwde toen een ring uit die Arnoldus lang te voren van Karel de Grote had gekregen.
Toen Arnoldus besloot zich af te keren van het hofleven had hij de ring in hert water geworpen zeggend dat hij zijn zonden zou boeten tot hij de ring terugkreeg wat tevens zou beduiden dat zijn laatste levensjaar was ingegaan. Arnoldus keerde terug naar Ginneswilre verdeelde er zijn bezit onder de armen en stierf. Deze levensbeschrijving ontstond in hoofdzaak in de twaalfde eeuw. In het laatste kwart van de negentiende eeuw werd de verering van Arnoldus en zijn relikwieën officieel toegestaan in het bisdom Keulen.