|
Beeldbeschrijving: pelgrim die met
zijn opgeheven rechterhand aan ring toont met de linkerhand
houdt hij een harp tegen zich aan. Aan zijn gordel hangt een
dolk. Naast zijn linkervoet ligt een vis die een ring om de
nek heeft.
Arnoldus een griek van geboorte was harpspeler aan het hof
van Karel de Grote. Toen Arnoldus met het hof te Ginneswilre
vertoefde dat later naar hem Arnoldsweiler / Arnsweiler
genoemd zou worden kreeg hij van de keizer op zijn verzoek
een groot stuk bos - het Bürgerwald - waarvan hij de
opbrengst onder de armen verdeelde. Op bedevaart naar
Santiago da Compostella schonk Arnold eens een aalmoes aan
een arme vrouw met een vis. De vis spuwde toen een ring uit
die Arnoldus lang te voren van Karel de Grote had gekregen.
Toen Arnoldus besloot zich af te keren van het hofleven had
hij de ring in hert water geworpen zeggend dat hij zijn
zonden zou boeten tot hij de ring terugkreeg wat tevens zou
beduiden dat zijn laatste levensjaar was ingegaan. Arnoldus
keerde terug naar Ginneswilre verdeelde er zijn bezit onder
de armen en stierf. Deze levensbeschrijving ontstond in
hoofdzaak in de twaalfde eeuw. In het laatste kwart van de
negentiende eeuw werd de verering van Arnoldus en zijn
relikwieën officieel toegestaan in het bisdom Keulen. |