|
Beeldbeschrijving: de magere vrouw
draagt over haar sluier een krans rozen op het hoofd met de
linkerhand houdt ze een kruisbeeld voor de borst met haar
rechterhand neemt ze een rozentak aan van een engeltje dat
naast haar staat.
Ludwina werd geboren op 18 maart 1380 te Schiedam. Door een
val op het ijs brak ze op 2 februari een rib. Opeenvolgende
ontstekingen en complicaties hielden haar achtendertig jaar
aan het ziekbed gekluisterd tot ze op 4 april 1433 stierf.
In navolging van het lijden van Christus droeg Ludwina haar
pijnen geduldig terwijl ze zich bijna uitsluitend voedde
met de eucharistie. Op haar ziekbed vond Ludwina
vertroosting in gebed en visioenen.
Aartshertog Albrecht liet in 1616 de relikwieën van Ludwina
overbrengen naar Brussel in 1891 bracht men ze weer
gedeeltelijk terug naar Schiedam. Pas op 14 maart 1890 werd
de verering van Ludwina officieel te Rome bekrachtigd. |