|
Beeldbeschrijving: de vrome, ten
hemel opziende jongeman staat tussen de vlammen op een
brandstapel. In zijn geboeide handen houdt hij een palmtak.
Aemilius zou onder invloed van de felle christenvervolgingen
zijn geloof in Christus hebben verzaakt evenals zijn gezel
en lotgenoot Castus. Korte tijd later zagen beide jonge
christenen hun afdwaling en verraad in en keerden terug in
de kerk van Christus. In het jaar 250 stierven Aemilius en
Castus als martelaren voor hun geloof op de brandstapel
tijdens een van de christenvervolgingen van keizer Decius.
De heilige Augustinus zegt over deze martelaren in een van
zijn redes 'God toonde hen wat zij waren en wat hij is
hij liet hen overmoedig geworden in schande vallen. En hij
riep hen weer tot zich toen ze hun geloof opnieuw
beleefden hij bleef hen trouw nadat ze hun zwakheid hadden
bekend. Van hem kregen ze steun in de strijd en hij kroonde
ze na hun overwinning'. |