|
Beeldbeschrijving: de paus met tiara
en in de linkerhand zijn drievoudige kruisstaf houdt zijn
rechterhand opgeheven voor zich waarmee hij vroeger zijn
vaste attribuut - de hoorn - toonde.
Cornelius een telg uit een voornaam Romeins geslacht werd
in het jaar 251 na een moeizame verkiezing door de onderling
sterk verdeelde christengemeente van Rome tot paus gekozen.
Na twee jaar een vooral op verzoening en vrede gericht
leiderschap gevoerd te hebben werd hij verbannen naar Centumcellae (Civitavecchia) waar hij overleed. Cornelius
werd in de catacombe van Callixtus begraven. Traditioneel
wordt Cornelius als martelaar vereerd historische gegevens
die hiertoe aanleiding geven ontbreken echter.
Op grond van de gelijkenis van de naam Cornelius met het
Latijnse woord cornu = hoorn werd een hoorn het vaste
attribuut van deze heilige in de beeldende kunst. Afgeleid
van dit attribuut vereerde men in het volksgeloof Cornelius
als beschermheilige van het gehoornde rundvee. |