|
Beeldbeschrijving: jonge vrouw, die
met haar rechterarm een gesloten boek omklemt en in haar
linkerhand een lantaarn draagt een kleine duivel staat
schuin achter haar en blaast de kaars in de lantaarn uit.
Gudula dochter van graaf Witger en de heilige Amalburga (†
± 690) werd omstreeks het midden van de zevende eeuw
geboren. Ze werd door de heilige Gertrudis opgevoed in het
klooster Nijvel totdat deze stierf in 659. Gudula keerde
toen terug naar haar ouderlijk huis in Ham bij Aalst waar
ze haar verdere leven in naastenliefde en godsvrucht
doorbracht tot haar dood in 712.
In 1047 bracht men haar relikwieën over naar Brussel. Haar
attribuut de lantaarn is ontleend aan de legende die
verhaalt hoe de duivel haar trachtte te verhinderen ’s
nachts naar de kerk te gaan. De duivel doofde de kaars in
haar lantaarn doch deze begon op gebed van Gudula opnieuw
te branden. Symbolisch werd dit uitgelegd als het hemelse
licht dat niet te doven is temidden van de duivelse
bekoringen. |