|
Beeldbeschrijving: in de
samengevouwen handen voor haar borst houdt de gekroonde
jonge vrouw een zwaard en een palmtak. Om haar hals hangt
een kruisje en met de voeten vertrapt ze een monster.
De tot het christendom bekeerde Ierse prinses Dymphna zou in
de zevende eeuw hebben geleefd. Toen haar vader Dymphna tot
bloedschande wilde verleiden ging zij met haar biechtvader
op de vlucht. De heidense koning achterhaalde hen in het
Zuid-Nederlandse plaatsje Geel waar Dymphna en de kapelaan
Gerebernus door hem werden gedood. In de beeldende kunst
wordt Dymphna weergegeven met een door haar vertrapte duivel
als symbool voor het door haar overwonnen kwaad. Sinds de
ontdekking van haar gebeente te Geel en de vorming van
bovenstaande legende in de dertiende eeuw wordt Dymphna
vooral in de zuidelijke Nederlanden als patroonheilige van
de zwakzinnigen vereerd. |