|
Beeldbeschrijving: jonge vrouw die
een krans van rozen in het haar draagt. In de rechterhand
houdt ze een palmtak en het zwaard in de linker draagt ze
een mandje met vruchten en rozen.
Dorothea was een dochter van een senator uit Cappadocië.
Onder de christenvervolgingen van Diocletianus werd ook
Dorothea om haar geloof gegrepen. Ze werd gemarteld en
veroordeeld tot de dood door onthoofding. De advocaat
Theophilus die haar naar het schavot begeleidde vroeg haar
spottend of ze hem vanuit het paradijs bloemen en vruchten
wilde sturen. Dorothea antwoordde hierop kortweg: ‘het zal
geschieden’. Aangekomen bij de beul verscheen er plotseling
een knaapje met een mand vol rozen en fruit. Dorothea gaf
hem de opdracht de korf naar Theophilus te brengen. Toen
deze de bloemen en vruchten zag bekeerde hij zich tot het
christendom en werd later op zijn beurt voor het geloof
gemarteld en gedood. |