Sint Jorisstraat

  

De St. Jorisstraat dankt haar naam aan de St. Joriskapel die vroeger op de hoek van de Keizerstraat heeft gestaan. Eens heette dit straatgedeelte Huls- of Hoelstraat en het behoorde bij de wijk die met het omvangrijke Bossche lakenambacht te maken had. In oude tijden heette het hier 'Spinnersplaats'.

Bij het Franse beleg van de stad in 1794 onder aanvoering van Pichegru werd een aantal woningen aan de St.-Jorisstraat verwoest. In 1804 werd op de plek van de vernielde huizen een gevangenis gebouwd bedoeld als 'stedelijk verbeterhuis' (St.-Jorisstraat 125). Later fungeerde het als tuchthuis ('spinhuisplaats') Huis van Arrest en Justitie Huis van Reclusie en Tuchtiging Huis van Burgerlijke en Militaire Verzekering en Bewaring en vanaf 1872 ook als strafgevangenis voor vrouwen. Tijdens de Belgische Opstand in 1830 deed het korte tijd dienst als militaire kazerne. De officiële naam is Penitentiaire Inrichting 'De Leuvense Poort'. De laatste jaren was het uitsluitend een Huis van Bewaring voor maximaal 220 gedetineerden. Op 15 december 2007 werd het voorgoed gesloten.

De St.-Jorisstraat heeft enkele refugiéhuizen gekend. Een refugiéhuis was een plaats waar kloosterlingen van buiten 's-Hertogenbosch in roerige perioden een veilig toevluchtsoord hadden. Vooral tijdens de Gelderse Oorlogen (ca. 1500-1543) werden deze refugiéhuizen gebouwd. De naam komt van het Franse woord refugié, dat vluchteling betekent. De St.-Jorisstraat heeft enkele refugiéhuizen gekend. Een refugiéhuis was een plaats waar kloosterlingen van buiten 's-Hertogenbosch in roerige perioden een veilig toevluchtsoord hadden. Vooral tijdens de Gelderse Oorlogen (ca. 1500-1543) werden deze refugiéhuizen gebouwd. De naam komt van het Franse woord refugié dat vluchteling betekent. Op de hoek St.-Jorisstraat en Spinhuiswal staat het Refugiéhuis van de Abdij van St. Geertrui (Augustijnen) uit Leuven. Gebouwd door abt Petrus Was in het begin van de 16e eeuw. Omdat een buitenlandse abdij eigenaar was kon het refugiéhuis na de verovering van de stad in 1629 door Frederik Hendrik niet geconfisqueerd worden. In 1767 werd het gebouw verkocht. In 1439 werd het Loijers- of Kuijstensgasthuis opgericht door Willem Loyer en zijn vrouw ten behoeve van vijf arme oude mannen en verpleegd door een dienstmeid. Aanvankelijk gevestigd in de Uilenburg werd het in 1614 overgeplaatst naar de Tolbrugstraat en in 1809 ondergebracht in de St.-Jorisstraat op

het huidige nummer 72. Volgens het reglement zouden de vijf behoeftige mannen en de dienstmeid 'jaarlijks 40 broden en wekelijks een braspenning bekomen daarenboven elk een kan bier daags en allen gezamenlijk jaarlijks een half varken'. De oude mannen moesten zelf 'een behoorlijk bed en 12 pond fijn tin' inbrengen. Begin 20ste eeuw werden er twaalf oude mannen in het gasthuis verzorgd. Zo kwam het imposante gebouw aan zijn populaire benaming 'De Twaalf Apostelen' in 1978 grondig gerestaureerd is het pand nu een rijksmonument. De abdij van Berne bij Heusden (norbertijnen of witheren) heeft vanaf 1506 een refugiéhuis gehad op de huidige nummers 30, 32 en 34, naast de St.-Joriskapel. Na de verwoesting van hun abdij in 1579 trekken de kloosterlingen naar hun refugiéhuis. In 1623 worden de gebouwen verkocht.
De kartuizers uit Vught betrekken in 1591 hun refugiéhuis in de St.-Jorisstraat, op het tegenwoordige nummer 25. In 1629 vertrekken de kartuizers naar Antwerpen. Begin 20ste eeuw komen de zusters van Ronsse er te wonen en wordt de naam Huize St.-Jan Baptist. In 1981 wordt het complex verbouwd tot 41 appartementen (genummerd 25 t/m 105).

Dat aantal blijkt ook uit het naambord. Daar komt ook een Mej. A. Hurkens op voor mogelijk was zij de verzorgster. De naamplaatjes op dat bord zijn uitschuifbaar was iemand afwezig dan kon een bezoeker bij het betreden van de hal waar het bord was aangebracht zien wie er niet thuis was. Werd één der oude kereltjes bevangen door behoefte aan frisse lucht en ging hij een wandeling 'ins freien' maken dan werd zijn plankje uitgeschoven en er omgekeerd weer in geduwd.
           
De St. Joriskapel zorgde zoals wij gezien hebben voor de straatnaam. Maar verder is er over dit gedeelte van de straat toch nog wel iets te vertellen. Waar nu het meubelbedrijf Vennix gevestigd is was eertijds een grote radeermakerij. Op deze plaats vonden ook de Witheren, toen die hun door krijgshandelingen afgebrand huis te Beme bij Heusden moesten verlaten een tijdelijk onderkomen. Maar ook stond hier in 1750 de woning van David Kleijne de beul die toen meer scherprechter genoemd werd. Aan de overzijde bevond zich het refugiéhuis der Karthuizers die in Vught het huis 'Sophiae Domus' bewoond hadden. Later werd dit pand betrokken door de zusters van Ronsse en werd de naam Huize St. Jan Baptist. Laatstelijk woonden er uit Indonesië gerepatrieerde Nederlanders. Er was nog een vierde refugiéhuis in de St. Jorisstraat namelijk op no. 13. Het behoorde toe aan het klooster Catharinenberg te Oisterwijk. Dan hadden we ook in dit gedeelte van de straat een gasthuis: de gecombineerde Moons/ v.d. Broek/ de Weert! v. Sambeek en Uter Oisterwijck gasthuisjes dat was op de westelijke hoek van het Kruisbroedersstraatje.
En tenslotte was er in deze vol christelijke gebouwen staande straat ook nog een schuilkerk 'de kapel van de Zeven Weeën' genaamd. Zij had een ingang in de Vughterstraat en een in de St. Jorisstraat die men bij drukkerij Smits moet zoeken. Daar tegenover staat een van de vijf brandspuithuisjes die de magistraat in 1688 en later liet bouwen. Onder dat huisje stroomt de Diest. Zij kruist hier ongezien de straat.

    

EersteVorige13141617VolgendeLaatste