Volderstraat en Voldersgat

  

Bij de overgang van de Verwersstraat met de Oude Dieze ligt het Volderstraatje. De oudst bekende naam van het Volderstraatje, uit de middeleeuwen, was 'dat enge straetken'. Het straatje dankt zijn naam aan de hier beoefende wollen lakenindustrie. In dit geval duidde dit op het bedrijf der lakenvolders of lakenvoorbereiders. Als de lakenververs in de Verwersstraat hun wollen lakens na het verven gedroogd hadden, gingen zij daarmee door het Volderstraatje naar het Voldersgat. Daar, in het open water bij de Grote Hekel, stonden de volders klaar. De lakens werden dan gevold, dat wil zeggen terdege gespoeld, waardoor de stof dichter, voller werd. Het werk van deze wolbereiders bij de Voldersbrug en de Volderstrappen veroorzaakte zo veel schuim op het water, dat het Volderstraatje in de volksmond de bijnaam kreeg van Scumenoirde (Schuimoord). De plek van werken van een lakenvolder werd ook wel 'vollerie' genoemd.
Bij het bruggetje over de Binnendieze (Verwersstroom) bevinden zich drie steunbogen. Het gedeelte vanaf de Verwersstraat tot aan het bruggetje behoort tot het middeleeuwse stratenpatroon. Van de middeleeuwse perceelsindeling en het rooilijnenbeloop zijn restanten aanwezig. Het laatste gedeelte van het straatje nabij de Zuidwal is via een trap sterk oplopend. Het Volderstraatje heeft ook een verbinding met de Beurdsepoort. Het huis op de hoek

Volderstraatje en Oude Dieze heette aanvankelijk 't Cofferen en later De Boerendans. Rond 1883 was de Amalia-bewaarschool er gevestigd, voor kinderen 'uit den arbeidenden stand'. In 1993 kwam het Amadeirohuis van de Oeteldonkse Club erin, nu heeft het een woonbestemming.

    

EersteVorige6789