Achter het Stadhuis

  

De oudst bekende naam van deze straat is 'Achter het Oud-Raadhuis' 'De straet daer men gaet naer den ouden Raethuyse'. Het oude raadhuis stond op het achter terrein van het huidige stadhuis, aan de buitenzijde van de eerste stadsmuur. Nadat het raadhuis in 1366 naar de Markt was verplaatst ontstond de noodzaak tot de toevoeging 'oud' voor het gebouw op het achtererf. De straatnaam moet na de verhuizing van het raadhuis zijn ontstaan.

           
Over de Binnendieze werden na de ontmanteling van de stadsmuur in het midden van de 14de eeuw meerdere bruggen aangelegd. De bebouwing aan en over het water is hier in het begin van de 16de eeuw ontstaan op de achtererven van de Markt en Schapenmarkt. De zetting van 1552/'53 vermeldt 9 personen, die echter niet nader gelokaliseerd kunnen worden. Via poorten, die van de 'Gouden Leeuw' en de 'Peymanspoort' of 'Kathovenschepoort', konden de panden aan de Markt en de Schapenmarkt aan de achterzijde ontsloten worden. Op de achter terreinen zijn daarna bedrijfsgebouwen en woonhuizen gebouwd. Door nieuwbouw in de 20ste eeuw is het grootste deel van de oude bebouwing verdwenen. Slechts één pand nummer 11, gelegen op het achtererf van Schapenmarkt 12 dateert nog uit de

17de eeuw. De reconstructies zijn vooral gebaseerd op tekeningen uit de bouwdossiers en de kadastrale minuut.

          

Op het terrein achter het oude raadhuis wordt in de 16de en 17de eeuw nieuwe huisvesting voor het stadsbestuur gerealiseerd. Aansluitend aan de grote verbouwing van het gedeelte aan de Markt van 1529-1533 wordt op het achtererf achter het oude raadhuis een nieuwe kamer en een verbindingsgalerij tussen beide panden gebouwd. Deze bouwwerken zullen bescheiden van afmetingen zijn geweest. Omvangrijker en rijker is het nieuwe griffiegebouw dat op het achtererf ter plaatse van de oude griffie gebouwd wordt in de jaren 1562/'63. Het ontwerp is van de Bossche bouwmeester Marcus Aelbertss. Bij de bouw is de bekende Amsterdamse steenhouwer Joost Bilhamer betrokken geweest. Het gebouw met zijn unieke natuurstenen kruisvensters is nog grotendeels in zijn originele staat aanwezig. In de loop van de 16de eeuw worden tal van reparaties en aanpassingen aan het gebouw gedaan, die hier niet afzonderlijk besproken worden.  In de 16de eeuw heette het daar 'Het Hof' in de 17de 'Jericho' en ook wel Portugezenstraat: er woonden toen veel joden. De straat is in verband met de aanwezigheid van de Diest die daar nog altijd onderdoor stroomt ook ooit 'Zijle' genoemd een woord dat verband hield met de waterhuishouding.

             
Het straatje tussen de huizen genummerd 4 en 6 was voorheen een sluipgang van of naar de schuilkerk die achter het huis 'De Wildeman' in de Verwersstraat gestaan heeft. Op deze plaats kwam ook een vluchtgang vanuit het stadhuis bij de Diest uit. Daar konden de vroede vaderen dan in tijd van nood gebruik van maken.

    

EersteVorige67910Volgende