HomeStadswandelingGeschiedenisBinnendiezeSint-Jan's-HertogenboschBossche wijkenOeteldonkEvenementen

De HistorieSint-JanskathedraalBeleg van 1629Oktober 1944Oeteldonk

Geschiedenis

Sint-Janskathedraal

De Sint-Jan weerspiegelt de lotgevallen van ’s-Hertogenbosch. Welvaart en tegenspoed. Oorlog en vrede. Vroomheid en Beeldenstorm. Brand en herstel. De geschiedenis van de kerk kent zowel hoogtepunten als dieptepunten. De Sint-Jan van toen tot nu…

    

Hertog Hendrik van Brabant sticht in 1185 op het hertogelijke domein Orthen een nieuwe stad: ’s-Hertogenbosch. De hertog wil zijn invloed in het rivierengebied versterken. ’s-Hertogenbosch krijgt veel handelsprivileges. Daardoor kan de stad zich ontwikkelen tot een sterke, welvarende nederzetting. Bij een stad hoort een kerk maar de bevolking van ’s-Hertogenbosch had in de eerste tijd nog niet de beschikking over een eigen kerk. Men moest daarvoor naar de Sint-Salvatorkerk in het nabijgelegen Orthen. Dat werd op den duur een bezwaar daarom stelde de hertog aan de Bosschenaren grond ter beschikking voor de bouw van een eigen kerk. Die was gelegen op een terrein langs de Hinthamerstraat ‘de Pepers’ genoemd. De bouw van de eerste kerk begon omstreeks 1220. Het was een eenvoudige bakstenen kerk in romaanse stijl en toegewijd aan

Sint-Jan de Evangelist. Van deze eerste Sint-Jan is nauwelijks iets bekend. Er is ook weinig van overgebleven alleen de bakstenen toren van de romaanse kerk bleef behouden hij maakt nu deel uit van de westtoren van de Sint-Jan.  

     

De Bossche kunstenaar Antoon Derkinderen tekende in 1884 de bouw van de romaanse Sint-Jan die buiten de stadswallen werd opgetrokken. (stadsarchief)

    

In 1318 gaf hertog Jan III van Brabant de stad toestemming om haar vestingwerken uit te breiden was niet alleen voor de Bosschenaren van belang ’s-Hertogenbosch was de meest noordelijke vestiging van het hertogdom Brabant en daarom van groot strategisch belang. Door  de nieuwe ommuring kwam ook de romaanse Sint-Jan binnen de stadsmuren te liggen.

   

Ook krijgt in dat jaar een broederschap die zich de verering van Maria tot doel heeft gesteld officieel erkenning. De waarschijnlijk al wat langer bestaande 'clercbroederschap onser  Vrouwen' officieel erkenning van de bisschop van Luik deze broederschap later bekend als de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap stelde zich de bijzondere verering van Maria tot doel. De stad telde op dat moment al meer dan 25 broederschappen wat deze nieuwe broederschap zo bijzonder maakte was dat zij een toonaangevende rol ging spelen in de religieuze en culturele bloei van de stad. De kern bestond uit een groep van zogeheten 'gezworen broeders', hooguit enkele tientallen en allen geestelijken. Maar daarnaast sloten zich duizenden ‘buitenleden’ aan afkomstig uit geheel West-Europa. Daarmee werd de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap een rijke en toonaangevende organisatie de thans gangbare benaming is een vertaling van de in de zestiende eeuw gangbare uitdrukking 'Confraternitas nostrae dominae illustris' waarbij het 'illustere' niet sloeg op de broederschap maar als adjectief voor Maria.

     

Hoewel in de loop van de dertiende en veertiende eeuw in Den Bosch verscheidene kapellen werden gebouwd bleef de Sint-Jan in die tijd de enige parochiekerk van de stad. De zielzorg stond echter nog altijd onder verantwoordelijkheid van de kleine

parochie van Sint-Salvator te Orthen de ‘moederkerk’ van de Sint-Jan. Daar kwam verandering in toen Jan van Arkel bisschop van Luik

de Sint-Jan op 20 januari 1366 verhief tot collegiale kerk. Daardoor werd aan de kerk een college of kapittel verbonden van maar liefst dertig kanunniken hun voornaamste taak was het zingen van het dagelijks koorgebed tijdens de erediensten in de kerk. Zij werden verder belast met de zorg voor het onderwijs in de stad en het beheer van de kerk. Het is niet onwaarschijnlijk dat de vestiging van dit kapittel heeft bijgedragen aan het besluit van de Bosschenaren om de bestaande  romaanse kerk door een nieuwe te vervangen. ’s-Hertogenbosch was in de loop van de veertiende eeuw uitgegroeid tot een van de grootste steden van de Noordelijke Nederlanden. Die groei en welvaart zorgden voor een groot zelfbewustzijn bij de Bosschenaren zij wilden daaraan uitdrukking geven door de bouw van een nieuwe kerk volgens de heersende stijl van die dagen, de gotiek.

        

In 1538 kreeg het huis Lieve Vrouwe Poort genoemd de prachtige gevel die op deze afbeelding te zien is. (Coll. Illustre Lieve Vrouwe Broederschasp)

         

In 1380 wordt met de bouw van de gotische Sint-Jan begonnen. De romaanse kerk wordt voorlopig gehandhaafd. Het ontwerp van de gotische kerk is van Willem van Kessel. Hij was als bouwmeester aan de Sint-Jan verbonden van ongeveer 1380 tot 1407, mogelijk zelfs nog tot aan zijn dood omstreeks 1425. Op dat moment zijn het hoogkoor, de kooromgang en de straalkapellen voltooid.  Gotiek is een bouwstijl die in de loop van de twaalfde eeuw in Noord-Frankrijk ontstond. Door toepassingen van spitsbogen en kruisgewelven werd in de nieuwe kerken de stabiliteit van het bouwwerk flink vergroot. Tegelijkertijd werd bereikt dat het gewicht niet meer op de gehele breedte van de muur drukte, maar zich op enkele punten concentreerde. Om de druk op die punten te ontlasten, bracht men aan de buitenzijde van koor en schip luchtbogen aan. Nu de muren niet langer nodig waren om het gewicht van daken en

gewelven te torsen, konden er grote ramen in worden gemaakt. De kerken werden zo hoger, ruimer en lichter.

    

Het oude mariabeeld van Zoete Lieve Vrouw.

  

In dezelfde tijd wordt in de bouwloods van de kerk een oud Mariabeeld gevonden. Als zich rondom dit beeld enkele mirakelen voordoen groeit Den Bosch uit tot bedevaartsplaats naar de Zoete Lieve Vrouw. In de kapel van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch is het Mirakelboek te zien waarin de wonderen zijn opgetekend die zich rond Maria hebben voorgedaan. In een gedicht dat voorafgaat aan de beschrijving van de wonderen is te lezen dat omstreeks 1380 een oud Mariabeeld werd gevonden in een steenhouwerloods bij de kerk. Het ondervond niet veel waardering er waren zelfs mensen die het bespotten. Tegelijkertijd deden zich echter wonderbaarlijke gebeurtenissen voor die aan de tussenkomst van Maria werden toegeschreven. Het beeld werd daarop geheeld hersteld en geplaatst in de kapel die ruim zes eeuwen later nog steeds dienst doet als Mariakapel.

   

In 1413 wordt de Sint-Jan door de paus officieel gescheiden van de Sint-Salvatorkerk in Orthen. De Sint-Jan was toen allang groter dan de moederkerk van Sint-Salvator maar had nog steeds geen eigen leiding na de uitspraak van de paus kreeg ’s-Hertogenbosch eindelijk een eigen pastoor de parochie van Sint-Jan omvat op dat moment het gehele gebied binnen de vestingmuren.

    

Koning Philips II, de heer van de Nederlanden, wilde het ware katholieke geloof handhaven. Dat zag hij als één van zijn voornaamste taken. Hij wilde het toezicht op gelovigen en geestelijken verbeteren en zijn greep op De Nederlanden versterken. Daarom besloot de vorst in samenspraak met de Paus in Rome op 12 mei 1559 tot de instelling van maar liefst veertien nieuwe bisdommen in zijn Nederlandse gebieden. Daaronder behoorde ook het bisdom van 's-Hertogenbosch als onderdeel van het nieuwe aartsbisdom Mechelen. De nieuwe bisschop van Den Bosch kreeg de Sint-Janskerk toegewezen als zijn kathedraal waardoor het collegiaal kapittel werd verheven tot de rang van kathedraal kapittel. De eerste bisschop van 's-Hertogenbosch was Franciscus Sonnius.

Sint-Janskathedraal :123

HomeWebsite informatieLinksGastenboekVolgende

   

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl