HomeStadswandelingGeschiedenisBinnendiezeSint-Jan's-HertogenboschBossche wijkenOeteldonkEvenementen

De HistorieSint-JanskathedraalBeleg van 1629Oktober 1944Oeteldonk

Geschiedenis

De Historie van 's-Hertogenbosch

De steden Leuven en 's-Hertogenbosch sluiten in 1262 een verbond om een einde te maken aan de onderlinge geschillen zij beloven hierbij elkanders rechten te zullen handhaven en verplichten zich om indien het hertogdom wordt aangevallen of de hertog in diens rechten wordt aangetast deze te verdedigen. Op 28 juli 1313 gesloten vriendschapsverdrag met moederstad Leuven wordt door beide steden vernieuwd. Officieel zijn de vriendschaps-banden tussen Leuven en 's-Hertogenbosch in 1984 vernieuwd. Sindsdien is er sprake van uitwisselingen tussen inwoners van beide steden op met name cultureel gebied.

    

Het oudste archiefstuk dat in het Stadsarchief wordt bewaard is een verdrag, dat op 28 januari 1262 werd gesloten tussen de stadsbesturen van Leuven en 's-Hertogenbosch. (stadsarchief)

  

In 1274 wordt voor het eerst melding gemaakt van het Groot Gasthuis in 's-Hertogenbosch. Op het Reinier de Graafgasthuis uit Delft na is het Groot Gasthuis het oudste ziekenhuis van Nederland. Omdat het in die tijd het enige gasthuis was in de stad mocht het niemand van opname uitsluiten dat betekende dat naast zieken, bejaarden en invaliden ook reizigers, bedevaartgangers en zwervers er hun onderdak vonden. Later kwam hier verandering in volgens een document uit 1540 werkte het gasthuis voor 'alle arme, crancke, miserabele persoenen soo mans ende vrouwe, die op der straeten niet gegaen konnen' . De mensen moesten dus ziek zijn en arm in die tijd waren een liefdevolle verzorging een warm bed en een goede voeding vaak het enige dat de gasthuiszusters de zieken konden bieden. Het Groot Ziekengasthuis ging in 1880 deel uitmaken van de Godshuizen hiermee werd het algemene gasthuis katholiek het armenzorgconglomeraat van

de Godshuizen verzorgden de opvang van zieken, krankzinnigen, oude van dagen en wezen. Alle instellingen van de godshuizen werden geleid door nonnen en broeders door de intrede van de zusters die de verpleging op zich namen kwam een einde aan de slechte reputatie die het Groot Ziekengasthuis destijds had die had het gasthuis te danken aan ongekwalificeerd en ongemotiveerd

Een anoniem schilderij van het zwanenbroedershuis. Ook Illustre Lieve Vrouwebroederschap zorgde vroeger voor de minderbedeelden. (particulier collectie)

personeel en de nog uit de Middeleeuwen stammende huisvesting. Daar komt met de

komst van de Katholieke liefdezusters verandering in de kwaliteit van de zorg verbetert en de gebouwen worden gerenoveerd het Groot Ziekengasthuis wordt aangepast aan de eisen van die tijd en het ziekenhuis groeit uit tot het centrum van ziekenzorg in ís-Hertogenbosch en omgeving.

        

De illustre Lieve Vrouwe Broederschap

Een schilderij van de Bosschenaar Cordes (1851 - 1927), waarop de bakkerij en de ziekenzaal van het middeleeuwse Groot Gasthuis zijn afgebeeld. (Noordbrabants Museum)

wordt in 1318 officieel opgericht door de 'clerici' en 'scolare's' van de stad met toestemming van de bisschop van Luik, Adolf van der Marck, en in aanwezigheid van de pastoor van Orthen en 's-Hertogenbosch en de aartsdiaken van Kempenland. Deze oprichtingsakte wordt door de Broederschap nog steeds bewaard de statuten van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap worden op verzoek van de broeders door de bovengenoemde bisschop pastoor en aartsdiaken goedgekeurd. Kort hiervoor is hun kapel in de Sint-Jan toegewijd aan Maria gereedgekomen. In 1380 wordt begonnen met de bouw van de gotische Sint-Jan naar een ontwerp van Willem van Kessel de Romaanse kerk blijft ondertussen gewoon in gebruik in dezelfde tijd wordt

in de bouwloods van de kerk een oud Mariabeeld gevonden. Als zich rondom dit beeld enkele mirakelen voordoen groeit ís-Hertogenbosch uit tot bedevaartsplaats naar de Zoete Lieve Vrouw. 

    

De stad 's-Hertogenbosch ligt in een uithoek van het hertogdom Brabant dat is er waarschijnlijk de oorzaak van geweest dat de hertogen slechts zelden voor een langere tijd binnen haar vestingmuren verbleven. Een echte residentie hebben zij er nooit gehad Hertog Anton heeft daartoe wel een serieuze poging gedaan in 1410 laat hij een burcht bouwen in het noordoostelijke deel van de stad (ter hoogte van de huidige sluis O en het bastion Anthonius), Henric Oebkens gaat de bouw leiden hij werkt er enige jaren aan in ieder geval tot 1415 het overlijdensjaar van de hertog maar het kasteel wordt niet afgebouwd. Honderd jaar later in 1515 krijgt de stad  toestemming de resten van het kasteel te mogen gebruiken om de stadswallen te versterken dit gebeurt het Anthoniusbolwerk wordt gebouwd.

   

 Met zijn hoge middentoren domineerde de Sint-Jan het Bossche 'Kleyn Rome', kopergravure ca. 1573.

   

Op 30 april 1419 breekt er een grote stadsbrand uit ontstaan op het Hinthamereinde waarschijnlijk in het huis 'De Valk'. Het grootste deel van het Hinthamereinde, de Hinthamer-straat en een zijde van de Markt gaan in vlammen op door de brand zijn vernield ofhebben grote schade opgelopen o.a. het Geefhuis, het Predikherenklooster en het Ziekengasthuis er hebben 112 mensen het leven verloren bij deze brand.

   

Het Groot Begijnhof op de kaart van J. Blaeu uit 1649. In 1675 stierf het laastste begijntje. (stadsarchief)

Op goede vrijdag 1426 stichten Peter de Gorter en Alijt van Beerse de kleine infirmerie van het Groot Begijnhof zij bepalen dat zij zelf de eerste zestien personen voor deze infirmerie zullen kiezen. Behalve acht kamers voor de arme begijnen moeten er nog vijf ziekenkamers worden ingericht de begijnen mogen de goederen die zij meebrengen blijven gebruiken maar als zij sterven vervallen deze aan de infirmerie. Bij vertrek mogen zij hun goederen meenemen de begijnen mogen in hun onderhoud voorzien behalve door handel te drijven en daghuren te innen. Bij de overgave van de stad in 1629 werd bepaald, dat het Begijnhof mocht blijven bestaan totdat de laatste begijn gestorven was. Dat was in 1675 het geval, bijna vijftig jaar later. Toen haar dood eenmaal een feit was, ontstonden er hevige geschillen over de eigendom van deze terreinen. Deze geschillen duurden tot 1721. Toen werd beslist dat een gedeelte staatseigendom werd en dat de rest met gebouwen, de gemeente zou toebehoren.

 

De Historie :1234567

VorigeHomeWebsite informatieLinksGastenboekVolgende

   

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl