HomeStadswandelingGeschiedenisBinnendiezeSint-Jan's-HertogenboschBossche wijkenOeteldonkEvenementen

De HistorieSint-JanskathedraalBeleg van 1629Oktober 1944Oeteldonk

Geschiedenis

Het beleg van 's-Hertogenbosch 1629

De opmars naar 's-Hertogenbosch - Op 24 april vertrok Frederik Hendrik met 24.000 man voetvolk en 4.000 ruiters via Utrecht in de

richting van Arnhem en Nijmegen om het leger te groeperen op de Mookerheide, waar eerder in 1574 de Slag op de Mookerheide had plaatsgevonden.

     

Een kaart van het beleg van

's-Hertogenbosch ca. 1630

De zomer van 1629 was relatief warm en droog. Dit maakte de verplaatsing van kanonnen en een grote troepenmacht eenvoudiger. Op 28 april kwam het Staatse leger daar bijeen voor een wapenschouw. Tegelijkertijd werd een schipbrug over de Maas bij Grave aangelegd. Deze brug was in een dag klaar, waarna Frederik Hendrik naar 's-Hertogenbosch oprukte. Voor de Brabantse steden 's-Hertogenbosch en Breda werd toen duidelijk, dat de strijd zich in Brabant, en niet in Pruisen, zou afspelen. Vanwege eerdere mislukte aanvallen op 's-Hertogenbosch in 1601 en in 1603 door prins Maurits maakten de Bosschenaren zich in eerste instantie niet druk. Ze waren wel op hun hoede. Toen op 1 mei schepen bij Fort Crèvecoeur lagen en de troepen van Frederik Hendrik de stad omsingelden, werd duidelijk, dat 's-Hertogenbosch het doelwit was. Dezelfde dag nog

werden bodes naar Brussel gestuurd met de vraag om troepenversterking. De stad kon door de warme en droge weersomstandigheden makkelijker omsingeld worden.

    

Voorbereidend werk - Rondom 's-Hertogenbosch liet Frederik Hendrik nu twee linies bouwen: de Circumvallatielinie en dichter bij de stad de Contravallatielinie. Beide linies waren dijken van ongeveer 1.80 meter hoog. De Circumvallatielinie moest er voor zorgen, dat er geen aanvallen van buitenaf gepleegd konden worden. Vanuit de

      

Kanonstellingen en loopgraven bij 's-Hertogenbosch. Ook soldaten hielpen met de aanleg van de staellingen, getuige de op de voorgrond met rijshout slepende musketier. Schilderij toegeschreven aan Pieter de Neyn (1597 - 1639)

   

Contravallatielinie werd de stad aangevallen. De Circumvallatielinie werd versterkt door veel schansen, redoutes en kwartieren, en was ongeveer 45 kilometer lang (11 uur gaans), terwijl de Contraval-latielinie zo'n 25 kilometer lang was. De aanleg van deze linies werd in enkele weken voltooid, door inzet van 24.000 soldaten en 10.000 boeren. Twee jaar eerder, bij het Beleg van Grol, had Frederik Hendrik een circumvallatielinie voor het eerst uitgetest, met succes. In eerste instantie werden vijf kwartieren rond de stad aangelegd. Het Kwartier

van Bredero bij Den Dungen werd later aangelegd, omdat de afstand tussen het Kwartier van Frederik Hendrik in Vught en Kwartier van Ernst Casimir in Hintham te groot was. Op deze manier werd de stad omsingeld, zodat er geen aanvallen op de linie gepleegd kon worden en er ook geen hulp gehaald kon worden. Toch waren er bodes naar Brussel gestuurd om hulp te vragen. Hendrik van den Bergh werd naar 's-Hertogenbosch gestuurd met een leger van 40.000 soldaten. Willem Pijnssen was met 22 compagnieën eerst naar de Schenkenschans getrokken, om zich later bij Frederik Hendrik in 's-Hertogenbosch te voegen. Juist waar Pijnssens leger gestationeerd zou worden, bij Deuteren, kwamen in de eerste week van mei nog 1.000 Spaanse soldaten aan. Dit was een welkome versterking voor 's-Hertogenbosch. Tegelijkertijd werd vlakbij Haanwijk de Dommel afgedamd, evenals de Aa bij Hintham. De Dieze werd in het noorden bij het Kwartier van Graaf van Solms ook afgedamd. De Dommel en de Aa werden afgedamd, opdat het water niet meer naar de stad

kon stromen. De Dieze werd in het noorden afgedamd, zodat het water uit de Maas niet meer naar de stad kon stromen. De vallatielinies hadden meteen een enorme polder gecreëerd, die men nu kon droogleggen. Het water werd met rosmolens uit de polders gepompt. In twee weken tijd was het water al 35 centimeter gedaald. Er werden ook loopgraven gegraven in de richting van de stad. Rond 1570 had Filips van Hohenlohe een fort op de oostelijke oever van de Dieze gesloopt. Hij liet kort daarna op de westelijke, Staatse kant een nieuw fort bouwen: Fort Crèvecoeur. Frederik Hendrik kon dankzij dit fort de scheepsvaart op de Dieze en de Maas controleren.

      

Prins Frederik Hendrik (rechts) en Graaf Ernst Casimir (links) bij het beleg van 's-Hertogenbosch. Schilderij van Pauwels van Hillegaert (1596 - 1640)

    

Achteraf bleek dat, mede door dit fort, het beleg een succes werd. Het fort werd namelijk gebruikt voor de bevoorrading van de troepen. Via Heusden werd het leger ook bevoorraad. Met deze twee bevoorradings-routes en het gegeven dat de stad omsingeld was, was het eigenlijk een kwestie van tijd totdat 's-Hertogenbosch ingenomen werd. Frederik

Hendrik kon zijn leger voornamelijk via het water bevoorraden, terwijl 's-Hertogenbosch logischerwijs niet meer bevoorraad kon worden. Toch was simpele uithongering niet de methode waar Frederik Hendrik voor koos. Door de grote voedselvoorraden die vestingsteden opgeslagen hadden zou het langer dan een jaar kunnen duren voordat men tot overgave gedwongen zou worden, wat enorme kosten met zich mee zou brengen. Dat zou de belegering ook tot in de wintermaanden laten voortduren, wat de belegerende strijdmacht aan grote ontberingen zou blootstellen met vermoedelijk een hoog aantal verliezen door ziekte als gevolg.

Beleg van 1629 :12345

VorigeHomeWebsite informatieLinksGastenboekVolgende

   

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl