HomeStadswandelingGeschiedenisBinnendiezeSint-Jan's-HertogenboschBossche wijkenOeteldonkEvenementen

GeschiedenisWandelingDe Grote OptochtJeugd Carnaval

Ut DurpHet HofNotabelenOeteldonksche ClubSymbolenEmblemenPrins AmadeiroIn Straatbeeld>>>

Oeteldonk

Wegwijs - Oeteldonkse Symbolen

 

De Vlag

Onmiskenbaar één van de meest prominent aanwezige symbolen van het Oeteldonkse Carnaval is de Oeteldonkse driekleur rood-wit-geel. De driekleur is alom aanwezig en wappert aan tal van vlaggestokken, aan vele veurgevels en doet ook uitstekend dienst als middel tegen de kou in de vorm van een wollen gebreide sjaal.De herkomst van de driekleur is onbekend, maar vormt al een symbool sinds begin vorige eeuw. De kleuren van de vlag in de huidige volgorde komen we voor het eerst in 1911 tegen. De eerste keer dat we de driekleur tegenkomen in carnavalesk verband, zij het in een andere volgorde, is in Pieter Brueghel’s schilderij ‘de strijd tussen carnaval en de vasten’ uit de 16e eeuw.

    

Het Wapen

In het wapen van Oeteldonk, dat in zijn huidige vorm al sinds 1924 wordt gevoerd, zijn 3 symbolen cq. verwijzingen naar Oeteldonk opgenomen: De driekleur, rood-wit-geel De nar linksboven en de narrenkap op het wapen, symboliseert de carnavaleske maskerade tijdens Carnaval De kikkers in het midden en de ‘ijzeren bout’  (Oeteldonkse voor libel) rechtsonder symboliseren het moeras Oeteldonk.

 

 

    

Knillis

Boer Knillis staat symbool voor de (vermeende) oprichter van Oeteldonk, maar kan ook als symbool voor de Oeteldonkse boer gezien worden. Getooid in een traditionele outfit (blauwe kiel, witte wanten, boerenpet) staat hij metershoog prominent te pronken op zijn sokkel op de Markt pal voor het Zomerpaleis van de Prins. Op Carnavalszondag wordt hij vroeg in de middag onthuld door de Prins in het bijzijn van duizenden uitzinnige Oeteldonkers. Carnaval wordt op dinsdag afgesloten met de begrafenis van boer Knillis (aanvangstijd: 23.55 uur), waarbij de Prins en de Adjudant hoog boven Knillis (in een kraanwagen) cirkelen en hem uiteindelijk van zijn sokkel hijsen en in een platte kar te ruste leggen. Dat Knillis een standvastige boer is blijkt wel uit het feit dat hij al sinds 1924 op Carnavalszondag onthuld wordt. Omdat Knillis ook zijn behoeften heeft houdt zijn vrouw Moeder Hendrien hem elk schrikkeljaar gezelschap. Zij staan dan naast elkaar op dezelfde sokkel.

   

     

De Kikker

De (groene) kikker of de kikvors is een veel gezien symbool tijdens Carnaval in Oeteldonk. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is de kikker niet een verwijzing naar het woord ‘Oetel’ in Oeteldonk, maar meer een symbool voor het Oeteldonkse moeras. Oetel is namelijk helemaal geen synoniem voor kikker/kikvors, maar een schertsende verwijzing naar de Bossche bisschop Godschalk uit Den Dungen, die eind 19e eeuw fel tegen het ‘heidense’ Carnavalsfeest gekant was. Van den Oetelaar was een veel voorkomende achternaam in Den Dungen in die tijd. Oetel is derhalve schertsend bedoeld in de naam ‘Oeteldonk’. Overigens is ‘donk’ een verwijzing naar moeras (droge plek in het moeras).

 

    

    

     

     

   

    

   

   

Het Volkslied

Het volkslied, in 1884 geschreven door Driek Pakaon en gecomponeerd door Hannes Krassert, is een lofzang op Oeteldonk. Het is opgebouwd uit drie coupletten, waarvan in de praktijk meestal alleen het eerste wordt gezongen. Het wordt onder andere op zondagochtend bij de aankomst van de Prins door duizenden uitzinnige Oeteldonkers luidkeels meegezongen op het plein voor Oeteldonk Centraol. Uiteraard is het gepast voor de Oeteldonkse boeren en durkses om de pet / het hoofddeksel af te doen! Voor een overzicht van de tekst:

      

Het volkslied luidt als volgt:

O pronkjuweel van heel deez' aard
  

1e couplet
O pronkjuweel van heel deez' aard
Ons dierbaar Oeteldonk
Door niets en nimmer evenaard
Geen naam die schooner klonk (bis)
Waar is op gansch het wereldrond
Een watervrij moeras
Zoo schoon als waar ons wieg een stond
De Oeteldonkse plas?

 

2e couplet
Wat vruchtb're akkers, rijk beplant
Met knollen en radijs,
En bergen van het schoonste zand
In 't Noordbrabantse Paradijs ! (bis)
Een wijs bestuur, dat spreekt vanzelf,
Voegt aan zo'n lustwarand
De Oeteldonkse Raad van Elf
Wordt gek haast van verstand. (bis)

Solo
Prins Carnaval, ons aller Vorst
Voor U zij onze zang!
O, blijv' voor Oeteldonk gespaard! (3x)
Nog vele jaren lang.
Als gij U aan uw volk vertoont,
Gaat er een juichkreet op. (bis)
Dan is er feest in Oeteldonk,
't is feest (bis)
De vreugde stijgt ten top.

 

3e couplet
En eens in 't jaar met Carnaval
Viert men met zang en glas,
Een jolig, prettig narrenfeest
In 't watervrij moeras. (bis)
Bescherm, O Prins, de Carnaval,
Dit Oeteldonkse feest,
Dan heerst er vreugde overal
Naar lichaam en naar geest. (bis)

 

Emblemen

Al sinds 1964 geeft de Oeteldonksche Club van 1882 elk jaar een schildje uit, welke op de kiel genaaid kan worden. Tot en met 1996 was het embleem een eerbetoon aan een vereniging of gebeurtenis die dat jaar een jubileum te vieren hadden. Pas sinds 1997 is de insteek van het embleem om het thema van dat jaar te belichten. Elk jaar wordt er een ander thema gekozen dat direct of indirect met (het Oeteldonkse) Carnaval te maken heeft. Het embleem / jaarschild is op zijn beurt weer een verwijzing naar het thema. Voor een overzicht van alle emblemen, klik hier.

 

Kleding

De traditionele kleding voor de Oeteldonkse Carnavalsvierder is al sinds jaar en dag ongewijzigd gebleven. De Oeteldonker is heel eenvoudig te onderscheiden van een niet Oeteldonker. De meest typische onderdelen / elementen die de Oeteldonkse klederdracht compleet maken zijn:

  1. De blauwe boerenkiel

  2. De rode boerenzakboek, die met de knoop naar voren en de punt naar achtereen wordt gedragen. In plaats van en knoop wordt de boerenzakdoek van oudsher ook wel bijeen gehouden door een eenvoudig luciferdoosje.

  3. Witte wanten bijeen gehouden door een touwtje. De wanten worden met het touwtje om de nek gedragen de wanten zelf voor de kiel op broekzakhoogte.

  4. Boerenpet: Van oudsher dragen de boeren (mannen) een boerenpet.

  5. Rood-wit-gele gebreide sjaal

Vele Oeteldonkers sieren hun kiel op met de emblemen / jaarschildjes, waarmee de kiel dus elk jaar weer van een nieuwe element wordt voorzien. Volgens oude traditie mag de kiel nimmer uitgewassen, maar uitsluitend gelucht worden. Hierdoor kan het dus voorkomen dat decenniaoude erwtensoepvlekken nog steeds zichtbaar zijn op de kiel, als aandenken aan een memorabele Carnaval uit het verleden. Overigens is de kiel uiteraard niet exclusief voorbehouden aan Oeteldonkse mannen (boeren), de kiel en de aanverwante versierselen kunnen als ‘unisex’ gezien worden en worden dan ook door vele durskes gedragen.

Bronnen, noten en/of referenties: Tekst: Zo zit dè in Oeteldonk

      

Wegwijs in Oeteldonk :1234567891011

VorigeHomeWebsite informatieLinksGastenboekVolgende

   

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl